Pagina 8 van 9 pagina's ‹ First  < 6 7 8 9 > 

#241 ECHTER DAN OP PAPIER - EEN WARRIG STUKKIE

image

Omdat het vandaag weer zo heet wordt, heb ik maar wat waaiers geschetst. Enkele daarvan wil ik in het echt (echter dan op papier) maken. Materiaal: omslagen van oude pocketboeken van de Communistische Propaganda voor het Nederlandse Boek (of hoe heten ze ook weer). Geen hond die ze leest - behalve ik.

Ben nu trouwens bezig in een verkoelende geschiedenis over de excentrieke familie Wittgenstein. Allemaal knettergek, dus dat voelt vertrouwd. Behalve dan dat zij van Wittengenstein hun gekte met aanzienlijke financiële reserves ondersteunden.

Alhier blijft het bij de waaiers (beschilderd met vissen, zoals ik in recent verleden ook veel deed) en het vernielen van enkele pockets. Het kleinere werk, kortom.

image

image

image
image
(Bovenstaand handgemaakt boekkie is voor een klein bedrag nog te bestellen. Aanvragen via deze website. Zie onder: contact.)

M’n gekke broer pakt dat vernielen grootser aan. Die ratste al z’n fotoboeken tot repen om er kastelen van te nieten en te plakken. De leiding van het tehuis waarin hij woont, kon slechts enkele pagina’s redden.
Maar hij heeft het excuus dat hij d’r niets aan kan doen. M’n eigen excuus moet ik zelf verzinnen.
Is het genoeg als ik zeg dat ik een kunstenaar ben? En dat ik aan het papier plak van m’n stripverhaal in wording?


| mv | Mon, 06 Aug 2018 |



#240 MEVROUW KRAS EN DE ZANDSTEEN

image

Voordat ik over mevrouw Kras begin (die ik natuurlijk op Instagram gewoon zelf ben – je moet ook alles altijd zelf doen hè) – eerst iets over de belastingaanslag 2017. Of misschien, beter toch maar niet. Het is een ‘stukkie stinksteen’, een ‘geknakte seekoeisweep’, een ‘piering met galstene’. 

Die woorden heb ik uit een gedicht van Kirby van der Merwe, te vinden in De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten, samengesteld door Gerrit Komrij. Hoewel ik moeite moet doen om de gedichten in het Zuid-Afrikaans te begrijpen, kan ik er minstens zo vaak woorden en zinnen in vinden die ik hardop uitprobeer om te genieten van de taalvondsten in die onbekende/bekende taal. Daarin is ook de grammatica anders dan de onze: ‘Is daar nog iets wat geweet moet word?’

Met woorden als ‘waaghalsig mooi’ en ‘snotverdriet’ klinkt die taal zachter en tegelijk flinker dan het Nederlands. Over (denk ik) een straatveger:  ‘Als al julle geldgatte/ julle geld gespendit, en julle bananaskille/ innie slootjie gegooi het, en jullle bustikkits/ soes confetti gestrooi het, […] dan kom ek/ en maakie wêreld weer skoon […]’ (gedicht is van Peter Snyders).

Intusse sittik met die stinkaanslag die ik nie wil betaal nie en zijn er nota bene mensen die kreeften eten of van plan zijn ze te eten (nie doen nie, die kreeft krijg seer).
Moet ik volgende week op het belastingkantoor de aanwezige beambte eens in het amateur- Zuid-Afrikaans te woord staan?
‘Geldgatte.’ Met jullie ‘onvergeeflike uitspattigheid.’ Ek es een mini-verdiener. Ek heef die ecologische footprint van een mier. Firma’s met vliegtuigs en geheime kantore waarin slegs dooie plante staan en die zelf over die boarders bivakkeren die hoeve hier bij die Hollandse klabakke nie te betalen nie. Seggu mij eerst eens hoe dat komt?

Intussen ga ik verder met krassen en tekenen – wat heerlijk is om te doen: is er iets beters dan jezelf en de belastingdienst te vergeten? En is het niet tegelijk raar dat een van de betere dingen die een mens kan doen, is : zichzelf vergeten?

Maar in Kirby van der Merwe’s gedicht Uitstalling van persoonlike trivia in portaal van my postmoderne huis, komt er naast alle shit ook iets beters boven. In dat huis van haar waarin ‘geen wegkruipplek [is] vir stukkie stof of gifding’  - kun je nagaan -  daar bestaat de nieuwste toevoeging in haar uitstalling uit:
‘stukkie sandsteen, in vorm van hart, opgetel teen Tafelberg’.


| mv | Thu, 02 Aug 2018 |



#239 DE- DEN HAAG - EXPEDITIE

Nu Trubus op een gewone stadsfiets helemaal naar Berlijn is gereden en een vriendin van mijn dochter all the way naar Parijs, denk ik dat Den Haag op de fiets voor mij haalbaar moet zijn. Klein beginnen.

De gedachte om me voor een beter begrip in het type Stef Blok te verplaatsen laat ik bij deze temperaturen noodgedwongen varen. Dat wordt me echt te zweterig. En is het in z’n soort geen ‘cultural appropriation’ om je tijdelijk in een weblog de problemen toe te eigenen van een persoon uit een totaal andere categorie dan de jouwe? Bovendien is het de vraag of ik voor het tijdsbestek van pakweg een uur zowel ministeriële verantwoordelijkheid op me kan nemen als populair-onwetenschappelijke uitspraken.

Gelukkig heeft het parlement zomerreces. Ik kan onder de bezielende leiding van een kunstenaar die zich ‘de Berevrouw’ noemt rustig die kant op fietsen zonder close encounters met Stef Blok in het verschiet. Maar. Halen we op één dag de terugkeer naar 010, vraag ik. Of moeten we bij Scheveningen stiekem op het strand gaan slapen?

De Berevrouw komt met opties als ‘Kruidvathotels’ waar ik nog nooit van gehoord heb. Ze roepen associaties op met slapen naast goedgevulde schappen shampoo en gezichtscremes.
‘Of een nacht kamperen,’ zegt ze. Dan zal ze zelf op de camping ‘Schotel-Berevrouw- Chili- sin carne’ maken – een schotel die, wie weet, ook zonder bonen is?

‘Nee, nee, beslist geen eten mee,’ vind ik. ‘Dat is ballast en dat moeten we niet hebben. We zoeken in Den Haag een Indische toko en we gaan terug met de Randstad Rail.’
Daarbij popt het probleem op: wat aan te trekken? Ik ga echt niet in een korte broek door Den Haag fietsen, zelfs niet als Stef Blok elders is. In 010 en eigenlijk nergens loop ik in het openbaar rond in een korte broek of erger (de driekwart).

‘Zomerjurken van T-shirt-stof en een hoed op, ‘ beslist de Berevrouw die net als ik snel kreeftachtig verkleurt. Verder: vroeg op. Factor 50. Flessen water. Citroensap. Hoed(je). Zonnebril. Nieuwe multifocale zweefbril die alles in de hoeken van m’n gezichtsveld laat golven, plus leesbril (voor de zekerheid). Badpakken en handdoeken voor als we bij Kijkduin in zee gaan zwemmen. Het plan begint me al een béétje tegen te staan.

Ik vraag een volgende bevriende kunstenaar, Ka Yee, of ze mee wil op onze Den Haag-expeditie. Hoe meer zielen, hoe meer zweet.
‘Ontspannen,’ zeg ik. ‘We hebben de hele zomer gewerkt, [niet voor de kunst, maar voor het brood] we moeten eruit. Op de fiets maken we onder geen beding selfies en als het niet meer gaat, kunnen we altijd nog een taxi bellen – hoewel zeer begrotelijk.’

Ik vertel van de beloning die ons zal wachten in Den Haag (het Indische eten) en terug met de RR. Tot mijn verbazing zegt ze niet gelijk ‘nee’.  Een denderend ‘ja’ hoor ik evenmin. Wel kijkt ze me aan of ik Stef Blok geworden ben: met een blik van medelijden en afkeur tegelijk.


| mv | Mon, 30 Jul 2018 |



#238 BERICHT AAN MIJN 7 VOLGERS (EN 52 INFLUENCERS)

Sinds ik op Twitter zit, kan ik me ineens de kinderen voorstellen die op hun kamer in een vaas plassen of in wat er maar bij de hand is, omdat ze niet weg kunnen komen van hun schermen waarop ze Minecraft spelen. Het is griezelig hoe snel ik in de ban van jullie tweets geraakt ben, terwijl ik het oudemensenmedium Facebook rustig maanden links kan laten liggen. (Om er vervolgens, tijdens het werk nota bene, weer ziekelijk vaak naar te kijken.)

Ik begrijp nu waarom mensen beweren dat het allemaal niet meer is bij te houden. En dan ben ik ook nog zo iemand die alles serieus gaat lezen. Simon Schama alleen al is goed voor minstens twaalf porties tekst per dag, op de voet gevolgd door Arthur Japin die zich bijna blind twittert. Dan volg ik ook nog interessante boswachters, allerlei grote musea, culturele instellingen en journalisten. Iedereen, iedereen heeft wat te melden over de gang van zaken in de wereld. Of in twittertermen : DE GANG VAN ZAKEN! 

Het is een goed medium voor influencers. Maar, volgers en influencers, stellen jullie je eens iemand voor in mijn positie. Een on-middelpuntig iemand. Op feesten en partijen, af en toe glurend naar de populaire types, sta ik met andere on-middelpuntigen wat achteraf te discussiëren. Ik kan rustig en tamelijk lang ook, rondscharrelen door een huis zonder dat er veel verplaatst is. Mijn sporen bestaan uit opengeslagen boeken, zojuist uitgespoelde kwasten, een dop van iets, een restje verf of lijm op een broek. En daar komt ineens een berg chaotisch nieuws op af van heb jou daar.

Uit zelfbescherming heb ik afscheid van jullie genomen. Van de enkeling die hanig zat te pikken, maar ook van de aardige schuldhulpverlener die mij is gaan volgen. (Misschien verwacht ze dat hier binnenkort werk aan de winkel is?) Tweets heb ik niet gepost, alleen retweets dus hoef ik niets achter me op te ruimen.

Ik hou ervan persoonlijke mail te krijgen die uit meer dan honderdvijftig tekens bestaat. Mail die niet voor de hele wereld te grabbelen ligt, lang en langzaam en niet al te serieus - dat bloedserieuze is meer iets voor Twitter. Dus mail me gerust, zolang de mail maar niet over Trump gaat, want van Potus en Flotus heb ik m’n buik vol.

Als ik zo vrij mag zijn een zin van de dichter W. H. Auden ter verhaspelen: ‘Man’s no centre of the universe/ and working in an [oval] office makes it worse’.

Adieu, volgers en influencers. Misschien tot ziens in de echte wereld. Dit vogeltje is gevlogen.

Ps. (Zo zag ik er op Twitter uit. )

image


| mv | Thu, 19 Jul 2018 |



#237 SCHOONMAAK - OF HOE NOEM JE DAT

image

Op deze website is het een bende. Reden waarom ik achterstallig onderhoud uitvoer. Allereerst sluit ik de luiken voor de meeste oude stukkies; eigen geleuter kan naderhand onuitstaanbaar in de eigen oren klinken. Had ik dat zo bedoeld? Of kon ik niet beter? 

Sommige van die stukjes begrijp ik bij het overlezen niet meer. Dat is raar, als iemand de zeilen moet bijzetten om zichzelf te kunnen volgen. Dat geeft te denken. 
Vervolgens moet ik bijna tien jaar beeldend werk in m’n portfolio zetten. Ik moet digitale fotobestanden doorspitten tot scheel-wordens toe. Maar waarom moet dat eigenlijk? En van wie?

Als de Japanse hofdame Sei Shonagon mij eens zou kunnen zien! Ze was een vrouw voor wie ik in het echt een beetje bang zou zijn. Zou ze me hebben opgenomen in een van haar lijstjes in haar beroemde Hoofdkussenboek? In het lijstje van ‘Onbenullen die ook een keertje mogen stralen’? Daarin rekent ze etenswaren als ‘Reuzenradijzen op nieuwjaarsdag’  ook tot de onbenullen.  En waarom niet eigenlijk. Groentes kunnen beslist iets onbenulligs hebben.
Direct na de reuzenradijzen zou ze misschien iets kunnen schrijven als: ‘De zogenaamde kunstenares in haar zelfgemaakte kimono, die eens per jaar een haring gaat halen -  in een land zonder keizer.’ 

De kwestie is: ik moet wachten.Tegen buurjongetjes die hun kinderhoofden door de geopende deur van het schuurtje steken en vragen wat ik aan het doen ben, zeg ik: werken. Ze zijn door hun ouders zo getraind dat ze dat geloven zodra ze een laptop zien. Maar eigenlijk ben ik aan het wachten tot degene die voor mij z’n hand in het vuur gestoken heeft, me mailt en zegt:  ‘Kom maar achter je kantlijn vandaan. Doe je mooiste jurk aan (die groene?) en je mooiste schoenen. Ik heb goed nieuws.’

Gedachten nemen vervolgens een vlucht naar de ideale situatie. Daarin krijg ik een subsidie toegewezen waardoor ik een hele tijd geen lessen hoef te geven en verder kan frutten in die schuur. Tegelijk weet m’n maag wel beter. Die houdt het niet uit. Die waarschuwt dat ik me nergens op mag verheugen. Dat iets pas lukt als ik ervan overtuigd ben dat het mislukt is, of niet doorgaat. Pas als ik het zen-stadium bereik dat ik oprecht niets meer wens, zelfs niet denk aan die wens en de mooie groene jurk zomaar aantrek omdat hij anders in de kast blijft hangen, dan pas heeft daarzo, ergens aan een bureau iemand de ruimte om ‘ja’ te zeggen.

Dat is magisch denken. De enkele keer dat ik gevlogen heb, werkte het. Juist doordat ik helemaal niet dacht aan neerstorten en afbrekende vleugels en van die glijbaantjes waar ik als laatste overheen naar buiten zou moeten, de oceaan in. Zaak is dan wel dat iedereen in het vliegtuig erin gelooft dat het kan vliegen. Dat ze niet van opluchting gaan klappen als we nog niet aan de grond staan, of alcohol gaan drinken tegen de zenuwen en dan gaan snauwen tegen de stewardessen. Begrijp je?

Dat is het vervelende van wachten. Het is niet zo dat ik nu een ons weeg, maar ik moet wel oppassen om op dikte te blijven. Geslobber van een jurk kan ik er echt niet bij hebben.  Voor ik er erg in heb, pas ik niet meer bij de reuzenradijs, maar ben ik zo’n radijsje dat te lang op een bord is blijven liggen. Zo’n bittere.

 


| mv | Wed, 18 Jul 2018 |



Pagina 8 van 9 pagina's ‹ First  < 6 7 8 9 >