Pagina 1 van 6 pagina's  1 2 3 >  Last »

#262 KASPER & DE TEHUIZEN (vervolg hfdst. 3)

(Wat vooraf ging. Terwijl Kasper (16) sinds enige maanden in kortverblijfhuis Het Anker woonde, overleden z’n beide ouders. Hij kreeg een voogd en een toeziendvoogd toegewezen. Omdat beiden zich niet om hem bekommerden, kreeg ik (18 geworden) van het locatiehoofd van Het Anker het dwingende advies hem met regelmaat te halen. ’ Rust, orde, regelmaat.’ Onze jongste broer (14) woonde inmiddels in een pleeggezin. Ik was achtergebleven in ons ouderlijk huis en moest eindexamen aan een middelbare school doen. Er waren wel wat problemen met rust, orde en regelmaat. Door de week ...)

image


image
’ Prima. Ik zit keihard te leren voor m’n examens.’

image
’ s Avonds ...
image


imageimage
image
Het is Patoffe
image
’ Kom d’r in. Ik heb ook een hoes voor jou. Maar die van het singletje van Queen is te klein, denk ik.’

image
image
’ Ik heb zo m’n eigen systeem.’ ’ Interessant.’
image

image

(Volgende keer: Maar in de weekenden stapte Sui over de drempel. Hij werd de held van Kasper, van mij en misschien ook van onze jongste broer.)


| mv | Tue, 15 Jan 2019 |



# 261 Sex and predjudice en zombielezers

 
Kleineren van vrouwen is hot onder mannelijke schrijvers. De meest recente strapatsen kwamen van de Rotterdamse auteur Ernest van der Kwast in het tijdschrift Geen punt (no.2/ 2018). Dat is een ‘taalglossie’ die wordt uitgegeven door de gemeente Rotterdam om haar acties tegen laaggeletterdheid kracht bij te zetten. Onduidelijk is voor wie dit vette blad bedoeld is. Minder duister is de vraag voor wie Van der Kwast schrijft.

Niet voor vrouwen van vijftig - plus. Dat maakt de schrijver in zijn bijdrage maar al te graag duidelijk. Geregeld vult hij zijn schrijversinkomen aan door af te dalen naar de regionale Hades, dat wil zeggen naar de Margriet Winterfair. Volgens eigen zeggen doet hij er het nodige ‘psychische leed op’. Zielig natuurlijk. Zo’n zaal vol ‘Mama Tandoori’s’ die zijn boek kopen en nog gelezen hebben ook. Je gunt zo’n man iets beters. Want Van der Kwast wil laten zien dat ‘literatuur voor winnaars is, en niet alleen voor vrouwen van vijftig-plus. Juíst niet alleen voor vrouwen van vijftig-plus.’

Zijn betoogtrant is beproefd. Wie zieltjes wil winnen, heeft een vijand nodig. Laaggeletterdheid en ontlezing bestrijdt hij daarom door de resterende lezers (vrouwen dus) te kleineren. Een contraproductieve actie zou ik zeggen. Maar waarom hij juist vrouwen aanvalt, is duidelijk: deze vijand valt in de smaak bij zijn peers.

Van der Kwast is allesbehalve origineel in zijn vijandkeuze. (Denk even aan Jonathan Franzen die woedend was toen zijn roman The Corrections op de leestafel van Oprah Winfrey werd aanbevolen aan vrouwen.) Hier op de lokale parnassus is de ‘peer’ onze stadsdichter Derek Otte, hoofdredacteur van de taalglossie en tevens een man die wil laten zien ‘hoe tof taal eigenlijk is’. (Overigens is ademhalen ook tof. Je kunt er veel mee doen.)

Van der Kwast valt mensen aan op twee dingen die ze niet kunnen veranderen: ze zijn vrouw en ze zijn (holysmoke!) ook nog eens boven de vijftig. Gek genoeg wil lang niet iedereen zo ver gaan dat ze van geslacht wisselen om bij Ernest in de smaak te vallen. En vervolgens stelt dit ouwe leesvee hem op de huishoudbeurs ook nog eens vragen van huishoudelijke aard. Heel vervelend, zeg. En anders dan vroeger Gerard Reve, mist hij kennelijk het talent om zulke vragen met ironie te pareren.

Bovendien roept Van der Kwast de vragen naar ditjes en datjes over zichzelf af. Want over de diepere betekenislagen in zijn belangrijkste roman, Mama Tandoori, zijn we snel uitgepraat. Hier en daar grappig, liefdevol over zijn familie, maar plat. Over naar het ongure hic et nunc: strijkt Van der Kwast wel zelf zijn overhemden?

Hij verkiest de vragen die scholieren hem stellen. Die schijnen naar zijn seksleven te durven informeren. Toegegeven: seks is belangrijker dan strijken. Zelf beweert hij in zijn artikel dat het bij hem om twee keer per kwartaal gaat. (Daarmee bedoelt hij niet het overhemden strijken.)

Eigenaardig is dan, dat de sexarme-zone waarin de auteur zich kennelijk bevindt, precies raakt aan het onuitgesproken verwijt dat hij zijn leespubliek (vrouwen van vijftig-plus) maakt.

Onze dierlijke instincten vertellen ons dat we dieren zijn, nietwaar. Daarin is een mogelijke verklaring te vinden voor de vrouwenhaat van Van der Kwast en Co. Omdat vrouwen van boven de veertig geen kinderen meer kunnen krijgen, vormen ze evolutionair gesproken een eindpunt. En eindpunten zijn meestal niet veelbelovend. Neuken met hen is zinloos, tenzij het uitsluitend om genot te doen is. Maar om bevrediging alleen kan het Van der Kwast niet gaan, aangezien zelfs de ondoden van zestig jaar en ouder genot beleven aan sex.

Hij wil schrijven voor een publiek dat kinderen kan produceren. Daarbij komt nog eens dat vrouwen nauwelijks aanzien genieten in onze maatschappij. En wie wil er nou een schare marginalen als lezer, mensen die bovendien geen kinderen gaan baren?

Z’n eigen grimmige seksleven maakt van Van der Kwast geen loser vindt hij, terecht. Want wat zijn lijf niet aankan, neemt zijn mond over. ‘Je wil de taal laten zegevieren!’ 

Zo popt de spannende vraag op hoe hij dat gaat aanpakken. Hoe krijgt hij de jeugd aan het lezen? Want daar gaat het natuurlijk om: ontlezing. De zombies die zijn werk wel lezen, zijn voor hem immers het afzichtelijkste bewijs dat er voor zijn roman geen toekomst is; dat taal bezig is het onderspit te delven; dat de hele literatuur, met grote en kleine namen naar de verdommenis gaat. Een eindpunt.

Hij antwoordt als een voetballer: ‘Je gaat ervoor zorgen dat ze allemaal een boek van jou gaan lezen.’ En hoe doet hij dat, behalve door af te geven op vrouwen? ‘Herkenning, dat is de sleutel tot de literatuur.’ Aha. Bij Van der Kwast wel. Misschien heeft hij daarin wat jongeren aangaat, gelijk.

Juist daarom geef ik vrouwen van veertig jaar en ouder het advies de roman van Van der Kwast links te laten liggen. Die is niet voor ons bedoeld. Wij herkennen ons daar niet in. Die is voor jongens van zestien jaar en jonger die zich wel herkennen in een ouwe, overbezorgde moeke met een deegroller.

Maar ook: hoeveel invloed heeft die schrijver nou helemaal? Als ik hier blaas, waait hij daar weg. Waarom het draait is natuurlijk de mentaliteit waar hij zich zonder aarzelen, zonder nadenken bij aansluit.  En dat is de mentaliteit van de heersende klasse: de witte heteroman. Zijn achtergrond heeft Van der Kwast kennelijk niets geleerd. 


| mv | Fri, 11 Jan 2019 |



#260 KASPER & DE TEHUIZEN (VERVOLG HOOFDSTUK 3)

NACHTMERRIES

image
(Kasper zestien jaar.)

Intussen in Het Anker

image image
                                                                                                                       

image


image
’ Je broer heeft een stukje speltherapie nodig.’  ’ De slaapwacht hoorde hem helemaal tot in de bijkeuken bij de aardappelschiller.’

image
’ Hij krijgt nu elke avond een tabletje voor het slapen gaan.’

image
’ Dan spreken we dus af dat hij regelmatig door jou gehaald wordt. Rust. Orde. Regelmaat.’

(volgende keer: in en om het rijtjeshuis.)


| mv | Fri, 14 Dec 2018 |



#259 KASPER & DE TEHUIZEN (vervolg hoofdstuk 3)

Hoe het gebeurde en gedachten over het cijfer nul

image
Dit was geen buurmeisje dat m’n oude poppenhuis kwam ophalen.

image
‘Ze zijn er nog niet.’

image
‘We willen alleen je vriend spreken. De buurman zei dat hij hier logeert.’

Daarna moest Suï meerdere keren aan m’n jongste broer en mij vertellen wat er gebeurd was. Hij vertelde zo verward dat we eerst dachten dat onze moeder nog leefde en dat alleen onze vader in de auto verongelukt was.

image

image
In de jaren zeventig was iemand pas met eenentwintig jaar voor de wet volwassen. Daarom mocht m’n jongste broer (14) van de Kinderbescherming niet thuis blijven wonen; hij vertrok naar familie in het noorden van het land. Ik was net achttien geworden en bleef alleen achter in ons ouderlijk huis. Ik moest eindexamen middelbare school doen.

We kregen alle drie een voogd en een toeziend voogd. Aan Kasper werd door de Kinderbescherming niet gevraagd wie hij als voogd wilde; hij kreeg er domweg een toegewezen. In elk geval kwam hij met een groepsleider van Het Anker naar de crematie. Daarna ging hij met dezelfde groepsleider terug naar Het Anker.

image

In de decennia die volgden, zou (tot op heden) niemand van onze familie, inclusief voogd en voogdes Kasper in een tehuis bezoeken, hem een keer ophalen of hem een verjaardagskaart sturen. Hoewel. Er is één keer een collega van mijn vader bij Kasper langs geweest. Maar deze man werd niet door m’n broer herkend.

Ik heb lang de tijd gehad na te denken over die nul bezoeken. Kan ik daarom van mijzelf een filosofisch onderbouwd antwoord op het cijfer ‘nul’ verwachten? Kun je de nul eigenlijk wel een ‘cijfer’ noemen? Of is dit cijfer meer een teken dan een getal?
Een vroegere wiskundeleraar, die verzot was op het cijfer ‘nul’, heb ik eens horen zeggen: ‘Daar komen nul indianen aan.’ Ook over die zin heb ik nagedacht.

‘Er komen géén indianen aan,’ zou logischer zijn geweest als antwoord op de vraag: ‘Hoeveel indianen komen eraan?’ Maar hij zei ‘nul’ omdat hij dol was op de ontelbare mogelijkheden die dat getal biedt. Zet er een ‘1’ voor en er staat plotseling ‘10’, zet daar nog een nul achter en je hebt ‘100’. In de wiskunde kun je veel uitrichten met een nul en een één.

Deze strip is echter geen antwoord op genoemde nul. Wat kun je zeggen tegen een nul? (Behalve, je rijmt op ‘lul’, of ‘flauwekul’.) Nul betekent niets in Kaspers leven.
Maar ik weet niet of herinneringen zijn hart besturen, zoals dat bij mij het geval is. Afwezigheid kan minstens zoveel invloed hebben op een humeur als aanwezigheid. Familie zegt hem niks, omdat hij nooit meer iemand van hen gezien heeft. Ook vroegere goede vrienden van mijn ouders zag hij nooit meer.

Een enkeling voelde zich hierover duizend jaar na dato schuldig en stuurde mij een ansichtkaart met de tekst: ‘Wat jammer dat we destijds niet meer voor jou konden betekenen.’
Wat kan ik daarop zeggen?
Het is gebleken dat we zonder kunnen.

(Volgende keer: hoe Suï op zijn post bleef, nachtmerries van Kasper, angsten in en om een rijtjeshuis.)


| mv | Wed, 05 Dec 2018 |



#258 KASPER & DE TEHUIZEN HOOFDSTUK 3

HOE HET GEBEURDE

image

Vanaf hier verlaten we voor de duur van een half hoofdstuk de zogenaamde werkelijkheid. We worden opgescheept met het humeur van drie narrige tussenpersonen: engelen. Tevens zal er een traditionele Griekse rei (van ratten) optreden, zoals dat hoort in een tragedie.

Die tussenpersonen bestaan overigens niet. In het echt geloof ik niet in engelen en de enige tussenpersonen die ik erken, hebben gedaanten tussen man en vrouw in.

In dit stripverhaal berust elke overeenkomst tussen de engelen en werkelijk bestaand hebbende personen en/of nog bestaande personen op een misverstand. Ik heb de engelen even getekend om door dit hoofdstuk te raken. Al te veel werkelijkheid is schadelijk voor mens en dier.

De tussenpersonen zijn machteloos als mensen. Op één kunstje na.
Ze kunnen de tijd ongeveer twintig minuten tegenhouden. (Dat is precies zo lang als de eeuwigheid duurt.)

Wie dit bedenkelijk vindt en meent dat ik grappen maak ten koste van de eeuwigheid, die moet zich maar eens voorstellen hoe heerlijk het is om nog twintig minuten van niets te weten.
In die tijd kun je slapen, eten, vrijen, lezen – wat je maar wilt. Toch?

image

image


image

image

image

image

image

image

image

image


| mv | Fri, 23 Nov 2018 |



Pagina 1 van 6 pagina's  1 2 3 >  Last »

 
English | Nederlands

Links

Rotterdamse kunstenaars

Chrystl Rijkeboer


Archief

2019
January
2018
December
November
October
September
August
July
2012
March
2009
July