Pagina 1 van 23 pagina's 1 2 3 > Laatste »
#81 BINNENSTEBUITEN/ HET KRANTJEVoor stichting Kunstwerkt, een Schiedamse kunstenaarsvereniging, schrijf ik tegenwoordig een bulletin. Het moet vier keer per jaar uitkomen. Hier is het eerste door mij en Tom gemaakte nummer:

#80BINNENSTEBUITEN/ BUTTON DOWN
Behalve de man die bang is voor ballonnen, ken ik niemand met een sympathieke angst. Of het moet mijn eigen angst voor de dames van de knopenclub zijn.
Bibberend maakte ik deze week op hun bevel de 10 euro over voor de gemiste lunch tijdens de gemiste knopendag, ergens achterin Nederland. “U had u wel eens wat eerder mogen afmelden”, e-mailde de voorzitster. Nu was er al een lunch a’ 10 euro voor mij ingeslagen en van de 20 leden van deze exclusieve club had er nog een lid zomaar afgezegd.
Het was de allereerste keer dat ik de knopendames zou ontmoeten. Volgens schema zouden we ons ‘s morgens bezighouden met het schoonmaken van knopen, daar viel veel meer over te vertellen dan je zou verwachten, daarna de lunch en dan: de knopenruilbeurs. Kortom: materiaal genoeg voor een congres. Hun folder, waarvan ik verplicht een set heb afgenomen, werd door een bevriend grafisch vormgever onmiddellijk toegetakeld met de woorden: “Een downige folder”. “Ben jij daar lid van geworden?”
“Jawel” antwoordde ik, toen nog vrij van angst en trots dat ik eindelijk ook eens ergens lid van was. “Ik hou me tegenwoordig bezig met het ophopen van knopen en ik ontwerp knopen voor mijn geheugentheater.

Ik bezit zelfs al knoopjes in de vorm van het cijfer 4 (gekocht in Parijs op een geheim knopenadres) een aardewerken knoopjes uit het Victoria & Albertmuseum (kado gekregen). Naast knopenliefde speelde ook de wens ergens bij te horen. Het lijkt allemaal mooi en aardig en modern, dat buitenstaanderschap, maar op mijn leeftijd wil ik wel eens binnen staan, ergens waar het droog is. “Be with it, with it, with it”, dichtte W. H. Auden en liet aan mij de keus waarbij dan. Een sportclub viel af. Van een arts kreeg ik een negatief sportadvies, ik moest zelfs zweren dat ik nooit aan Nordic Walking zou gaan doen, hij kende voorbeelden van mensen die erin zijn gebleven. Aan een leesclub heb ik geen behoefte - mijn smaak komt zelden overeen met die van anderen- , voor politiek voel ik me net iets te mals, voor schaken te houterig. En toen kwam de knopenclub voorbij drijven op internet.

Beelden van knopenwinkels: 1001 houten lades. De bovenste nauwelijks zichtbaar in het schemerduister, tegen de kopse kanten van de onderste zijn kleine glazen knoopjes geplakt, grote toeristische bonken, aapjesknopen, cijferknopen, rotsknopen; subtiele aangevers van nieuwe gedachten. Licht valt op een houten toonbank, gedempt door vers en antiek spinrag. Voor wie het woord “Kaneelwinkels” iets zegt: een knopenwinkel komt daar heel dicht bij in de buurt (vind ik). Fantasie"en over een goed doorknoopte lunch, met kleine flesjes witte wijn, dames in grijze vestjes met paarlen knopen, we ontknopen onze geheimen, leggen voorzichtig onze schatten op tafel, zeggen:” Elke knoop in mijn knopendoos is een verhaal.” Ik begin met:” Deze knoop zat ooit vast aan een pak, dat pak was van een man die elke avond moest overgeven in de tuin van zijn buren”. Onze gedachten slaan op hol, dat heb je al snel met knopen, iemand begint op te scheppen:” Maar hier heb ik de aftredingsknoop van president Nixon, deze zat aan zijn colbert vast toen hij zijn tv-rede hield over Watergate…”
Maar het allereerste e-mailtje dat ik van de knopenclub kreeg was dit: ” U heeft nog steeds geen lidmaatschapsgeld gestort, wat is nu eigenlijk precies uw bedoeling?”
Nu hou ik ze bevend op afstand, op knoopafstand.
#79 BINNENSTEBUITEN/ CIRCUS JEROEN BOSCH

Komt dat zien! Vrijdag 18 juni tot en met zondag 20 juni, Vinkenstraat 70, Rotterdam. BOVENSTE BEL.
KOMT ALLEN KOPEN. CHEQUES MOGEN OOK. KOOPT GUL! MOOIE KUNST MET EEUWIGHEIDSWAARDE. EEN PRIMA BELEGGING. OP=OP. DENK OM UW KINDEREN.
KIJK OP: http://WWW.ROUTEDUNORD.NL
#78 BINNENSTE BUITEN / HET OOG VAN DE NAALD
Ik word graag bewaakt. Het liefste door een knappe, maar rechtvaardige man met wie ik aardbeienzoentjes deel door de tralies. Aan deze wens wordt nu via een omweg tegemoet gekomen: we krijgen in onze straat, pal voor het ateliergebouw een bewakingscamera.
De belangrijkste vraag is nu: wat trek ik aan? Wie ziet mij? Als deze bewaking op afstand gebeurt door de geüniformeerde politiekleuters op hun elektronische steps dan hoef ik me niet in te spannen, zij hebben geen oog voor subtiliteiten, die zien mij pas wanneer ik in een portiek poep. Maar als daarginds in de geheime blauwe bewakingshemel de knappe prins der bewakers zit, dan moet ik mij serieus onder handen nemen en niet met een doordeweeks gezicht in een maandagbroek m’n fiets in de gang van het ateliergebouw tillen. Zal ik zwaaien naar de camera? Of elke dag een ander corsage dragen van spijkers en glimwormen - het welverdiende insigne van degene die zich dag- in-dag- uit ‘twentyfour-seven’ bekeken weet.
Het loont nu eindelijk de moeite om kunst met een grote K voor de ramen van m’n atelier te tillen, want mijn blauwe prins wil - dat spreekt - op de hoogte zijn van de ‘dernier cri’in de beeldende kunst. Galeries waar je in vrijheid in en uit kunt lopen, kennen niet die spanning van kunst die onder cameratoezicht van de politie is gemaakt, misschien dat er daarom zelden kunst wordt gekocht door de politiemannen en -vrouwen. Of de politie daadwerkelijk van kunst houdt, is me nog niet helemaal duidelijk. De snit van hun uniformen schreeuwt om een couturier met iets meer oog voor dikke bilpartijen en lome buiken. Hun taal ontbeert poëzie en humor, hun kleurgebruik is monochroom. Maar goed, we kunnen niet alles hebben. Bewaking op zichzelf is natuurlijk al een hele eer voor een verder onzichtbare kunstenaar en ik ben van plan hun oog ten volste te benutten. Allereerst zal ik een verfijnde reeks schetsen van handen waaraan afgekauwde nagels zijn teruggeplakt, op het oog uitproberen. Dan ziet de politie dat we hier voor geen kleintje vervaard zijn, dat in de wereld behalve blauw en oranje, van alles mogelijk is. De kale krijgt z’n haar terug en de afgeknipte haar nagels. Dat beeldende kunst wel wat meer is dan een slinger op je verjaardag! Zo zal ik door het oog naar binnen kruipen, het blauw laten verbleken, en zal althans de politiemacht in Rotterdam - een unicum voor Nederland - met aandacht kunst moeten bekijken.
Ik hoop maar dat ze niet flauwvallen van bewondering bij zoveel bewakingskunst. En dat ze als het even kan, keihard optreden en kunst kopen.
Mijn adres is nu bekend.
#77 BINNENSTEBUITEN/ HET GOKPENSIOEN
Op boeren en kunstenaars moet de staat altijd geld toeleggen. Toen ik nog schreef voor de kost en er in EEG-verband sprake was van een boterberg en een melkplas, snakte ik vaak naar een tekstberg, een gesubsidieerde berg voor overtollige teksten. Op die manier zou ik, net als de boeren, m’n concurrentiepositie op de markt prima hebben kunnen handhaven. Bij de woorden ‘pensioenopbouw’ of, het lelijke, valse, ‘zwitserlevengevoel’ begon ik als een hyena te lachen. Want wie als free lancer net kan rondkomen, spaart niet voor later. Zo zit dat.
Maar zeven nachten geleden verscheen de Elegast in mijn droom. Hij zei:“Marike, Marike, je moet gaan beleggen om je pensioen bijelkaar te gokken”. Ik vertelde over die droom aan T., maar hij luisterde nauwelijks, want bijna niets is zo saai als een droom uit de tweede hand.
De nacht daarop werd ik bevend wakker doordat de Elegast opnieuw in mijn droom verscheen, dit keer verdacht ogend als Nina Brink. “Marike, Marike, je moet onmiddellijk geld gaan beleggen om je pensioen bij elkaar te gokken”. Potverdorie, dacht ik. Misschien zit er iets in. Is het hele bestaan soms geen gok? Had Albert Einstein, die veel beter kon denken dan ik, niet beweerd dat God wel dobbelt? En als iemand die niet eens bestaat, dobbelt, waarom ik dan niet?

(Tijd is geld! Het planetarium van Eise Eisinga, getekend door H. Noordmans in het jaar 2000.)
Vier nachten geleden dook de Elegast voor de derde keer op terwijl ik naast de snurkende T. droomde van eieren van purschuim en hangende trappen. “Marike! je moet dadelijk gaan beleggen, richt een beleggingsclub op.”
T. leek het wel wat, zo’n club. Maar twee is geen club. Tijdens een feestje van een jarige kunstenaar - ze noemde het:“Het feest van de armoede en de ouderdom” - vroeg ik de aanwezige armoedzaaiers of ze lid wilden worden van mijn gokvereniging. “Wie gokt maakt een kans!”, zei ik tegen Heer Stout. “Gedver”, antwoordde hij, “moeten we dan hele avonden over firma’s gaan praten?” Iemand anders meldde:” Alleen als je veel geld inlegt, verdien je veel. Met jouw honderd Euro begin je niets, dan heb je na een jaar van gokken misschien honderdentien Euro.”
De jarige antwoordde zonder aarzelen:“Bah! Nee hoor. Bij de dag leven, is de enige manier om netjes oud te worden.” Alleen J.H. ging serieus op m’n voorstel in en kwam op de proppen met termen als ‘gespreid beleggen’ en ‘put opties’.
Tijdens het trappen naaien denk ik nu veel aan firma’s en beursgenoteerde bedrijven die het in de toekomst zullen maken. Misschien ga ik gokken op de elektrische auto die Joris Luijendijk in zijn column in de NRC aanprijst. Volgens mij zit daar muziek in, net als in zonne-energie. Ik geloof erin. Ik gok voor mijn pensioen op de elektrische paardenkrachten. Het Elektrische PaardenkrachtGevoel. Klinkt heel wat beter dan het gezwijmel van zwitserleven, nietwaar!
