Pagina 1 van 9 pagina's  1 2 3 >  Last »

#272 STRIPPERS

image

Tijdens een blessure aan m’n linkerhand (tekenhand) de afgelopen maanden, heb ik in een moordend tempo stripverhalen gelezen. Zo heb ik drie striptekenaressen van allure ontdekt, en één voorbeeldige strip-scenarioschrijfster. De eerste drie vertellen autobiografische verhalen, geen van de drie houdt zich aan de bekende verdeling van negen plaatjes per pagina. Ze doen wat ze willen. En goed ook. Allemaal aanraders. Ook voor degenen die meestal geen strips lezen. Ik houd me aanbevolen voor meer.

Onder Nederlandse, vrouwelijke tekenaars kan ik tot nu geen voorbeelden vinden van graphicnovelartiesten die mij net zo aanspreken als deze. Er zijn natuurlijk genoeg geweldige tekenaars/essen van wie ik er menigeen volg op Instagram. Maar van tekenaars die ook een langer verhaal kunnen vertellen, zijn er weer minder. Niet voor niets werken er meestal twee aan één stripverhaal: een tekenaar en een schrijver. Soms vormen ze een bijzonder gelukkige combinatie (Uderzo en Goscinny van Asterix) die echter niet altijd door hun opvolgers geëvenaard wordt. Althans, ik vond de nieuwe Asterix, De dochter van de veldheer, een beetje tegenvallen.

Ook strips die Vikingen, grote tieten, horror of sci-fi tot onderwerp hebben, raken me niet, al zijn ze vaak meesterlijk getekend. Prachtige schaduwen, bewonderingswaardige beheersing van het perspectief, en toch. Anime doen me eveneens niks, helaas, juist van dit genre puilen de kasten in de winkels uit. Van leuke, excentrieke mannetjes als Zippy the pinhead, getekend door Bill Griffith, zijn er weer veel te weinig, tenzij we Urbanus meetellen.

Kortom: er kan nog wel een stripfiguur bij, toch? Nu m’n linkerhand is genezen, kan en ga ik verder tot ik de juiste verhouding beeld-tekst heb.


image image

image


| mv | Fri, 06 Dec 2019 |



#271 NEDERLANDS, EEN AANSTAANDE DODE TAAL?

De Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft vastgesteld dat 24 procent van de Nederlandse vijftienjarigen nauwelijks begrijpt wat ze lezen. Dit komt naar voren uit het leeronderzoek Pisa dat elke drie jaar onder 77 landen wordt uitgevoerd. Van dit treurige resultaat zal niemand opkijken, denk ik. We wisten het al. Het is om van te huilen. En elke actie om ‘lezen leuk’ te maken voor de Nederlandse tieners heeft het tegenovergestelde effect. Misschien is het volgende voorstel een goed idee.

Geen leesoffensief, wel verplicht lezen op school

Een verplichte lange leeslijst en verplichte lessen (literatuur-) geschiedenis kunnen volgens mij komende generaties doen lezen, van het vmbo tot het gymnasium. Daarbij moet wel de gedachte dat ‘leren leuk moet zijn’ ogenblikkelijk overboord geworpen worden. Leren is niet leuk. Dat weet iedere tiener die eenzaam achter z’n tienerbureautje zit te ploeteren. Iets nieuws leren is pas leuk als je het al geleerd hèbt. Dan pas begint het plezier – ook in lezen. Begrijpen wat je leest, betekent kilometers maken. Veel lezen en er op de basisschool mee beginnen, is een voorwaarde.

We worden echter sinds lang geregeerd door cultuurbarbaren die menen dat het volstaat als ouders voorlezen aan hun kinderen. Dat noemen de onderwijsministers Van Engelshoven en Slob in het AD (van 4 december) een ‘leesoffensief’.

Dat gaat niet helpen. Het helpt misschien een beetje bij kinderen van wie de ouders een boekenkast hebben. Met andere woorden: daar hebben alleen kinderen van lezende, beter opgeleide ouders enigszins baat bij. De welvarende kinderen dus. Maar ook deze groep verwende plurken leest te weinig. Zelfs na jarenlang voorgelezen te zijn, zitten ze (net als hun ouders) liever te gamen en op Netflix.

Lezen (van romans) moet daarom in eerste aanleg van bovenaf en van buitenaf (door het ministerie van Onderwijs) opgedrongen worden aan scholen. Net zoals dat gebeurt bij de vakken rekenen, wiskunde en Engels. Geen vrijblijvend liberaal leesoffensief. Geen gedoe met ‘boeken die meer bij de belevingswereld van tieners aansluiten’, zoals de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur voorstelden. Dat is flauwekul.

De (Nederlandse) tieners moeten door te lezen juist leren dat hun belevingswereld piepklein is en dat de wereld buiten groot en ingewikkeld is. En ook dat niemand zich zomaar bij hun belevingswereld wil aansluiten, op een enkele vriend na. Bovendien vinden juist verhalen (Harry Potter) die ver af staan van de ervaringen van de doorsnee NL-tiener, gretig aftrek.

Verplicht lezen op school dus. Om dat te realiseren is er weinig nodig. Eerst echter moeten we ons verlossen van een misverstand.

Literatuur of grammatica

De huidige en (voorgaande) onderwijsministers menen dat Nederlandse les vooral moet bestaan uit spelling, grammatica en argumentatietheorie Zij denken dat kinderen zich schriftelijk beter leren uitdrukken als ze met name in deze materie leskrijgen. Dat klopt niet. Dat is echt een misvatting.

Grammaticalessen zijn lege, zinloze lessen als ze geen functie hebben binnen het onderwijs in literatuur en literatuurgeschiedenis. Waarom zou je beter willen leren schrijven en lezen als het je geen donder kan schelen wat er geschreven wordt? Als je nog niet eens een krant wilt lezen? Als je eigen regering, je eigen ministers niet lezen en neerkijken op schrijvers en kunstenaars? Waarom moet jij dan wèl lezen?

Het vak Nederlands is ook op de universiteiten en hogescholen uitgehold tot een taaie grammaticafabriek. Geen wonder dat niemand meer Nederlands wil studeren. Alles wat een taal doet leven en wat leven in de brouwerij brengt, is uit die studie gehaald. Interessante discussies van dit moment (onze koloniën, naamgeving Gouden Eeuw etc.) gaan aan de jongste Neerlandici voorbij. Ze kunnen geen teksten van voor 1880 meer lezen. Dus ook geen nieuwe bijdrage leveren aan debatten die juist door hen van smakelijk voedsel voorzien (hadden) kunnen worden.

Daarom verplicht lezen

Ik geef in deeltijd les in schriftelijke taalvaardigheid en kom wekelijks mensen tegen die zeggen dat ze hun woordenschat willen opvijzelen door middel van mijn lessen. Dat kan dus ook al niet. Maar er is wel wat aan te doen.

Om een grotere woordenschat te krijgen moet je lezen, liefst romans en dagelijks een krant. Om ingewikkelde structuren te leren doorzien moet je romans lezen. Om dubbelzinnigheden en ironie te leren herkennen moet je lezen. Om verlost te raken van het claustrofobisch ‘ik’ is lezen een uitstekende remedie. Om veel te begrijpen van het verleden, moet je lezen. Om meer te weten te komen over andere culturen is lezen een prima weg. Om te genieten van een taal als kunstvorm, moet je lezen. Om in het hoofd van een ander te kruipen moet je lezen. Om beter te leren schrijven moet je lezen. Om te begrijpen wat je leest, moet je lezen. (Elke dag minstens een uur.)

 


| mv | Wed, 04 Dec 2019 |



#270 KASPER & DE TEHUIZEN (vervolg)

SEIZOENSGEBONDEN INTERMEZZO


image


image


image


image


image

image


| mv | Mon, 02 Dec 2019 |



#269 DANS (vervolg Kasper & de tehuizen)

Dansen
In die zomer toen ik dacht dat ik zo’n beetje alles wist, pakte ik met Suï de zooi uit mijn ouderlijk huis in.
We hadden nog geen weet van de noodlottige jaren die m’n jongste broer tegemoet ging in het verre noorden van Nederland. Ik stond er niet bij stil dat ik verantwoordelijk zou blijven voor Kasper, laat staan dat ik dacht aan de gevolgen die dit zou hebben. Het is maar goed dat we de toekomst niet kennen, denk ik zo.
Maar anders dan m’n jongste broer had ik het voordeel dat ik al achttien was, dat ik niet bij vreemden ondergebracht was. Kasper was toegelaten tot een van de eerste gezinsvervangende tehuizen voor verstandelijk beperkten in Nederland, een mooi nieuw tehuis met spiksplinternieuwe leidsters die zich niet alleen pioniers waanden, maar dat ook daadwerkelijk waren. Ons ouderlijk huis was verkocht en ik was ingeloot bij een studie.
En, wij hadden Iggy Pop!


(Volgende keer: De pioniers en alweer een korte geschiedenis.)

 


| mv | Fri, 27 Sep 2019 |



#268 BRIEVEN AAN MELLY SUM

image

BRIEVEN AAN MELLY SHUM, EEN TYPISCH ROTTERDAMS EVENEMENT

In een stad van harde werkers zijn genoeg mensen te vinden die op zeker moment hun werk haten. Het billboard in de Witte de Withstraat van de Canadese kunstenaar Ken Lum spreekt daarom menigeen aan. Sinds begin jaren negentig zien we daar: ‘Melly Shum HATES her job’.

Wie de pest heeft aan z’n werk, kan sinds afgelopen zaterdag een brief hierover schrijven aan ‘Melly Shum’ en deze deponeren in een gesloten brievenbus in kunstcentrum Witte de With. De bus zal nooit geopend worden en zal er blijven hangen tot Sint Juttemis. Een passend eerbetoon aan het kunstwerk van Ken Lum.

Initiatiefnemer van dit brievenproject Stijn Kemper, medewerker bij onder meer Witte de With, maakte tevens een mooie, kleine expositie over de receptie van Lums werk in Rotterdam. Deze expo is er nog steeds te zien.

Afgelopen zaterdag zaten de eerste briefschrijvers aan ‘Melly’ bij elkaar in Witte de With. Muzikant Tyler begeleidde ons op z’n gitaar, zodat het schrijven geen zweterige aangelegenheid werd. Ik las daar mijn laatste brief aan Melly Shum voor, de enige brief die openbaar is. Je kunt hem hier onderaan lezen, geïllustreerd met wat werk dat ik in die tijd maakte.

image
(Een tafel voor vliegen- beeldhouwersweek Ardennen, ABK 1996)

image

image

VAN TAAL NAAR BEELD EN TERUG - MELLY SHUM REVISITED

Beste Melly,

Jij en ik weten het. Hoe het is. Ook al ben jij het verzinsel van een kunstenaar en ik inmiddels een kunstenaar, wij weten hoe het is. Begin jaren negentig fietste ik vaak langs je. Jouw aarzelende, treurige lach in dat ellendige kantoortje van je nam ik mee naar huis. Ik verdiende toen de kost met freelance schrijven. Brochures voor kleine scholen, krantjes voor onbekende festivals, teksten voor jan en alleman, zolang ze betaalden. Zodra ik tijd had, zou ik iets van waarde schrijven, maar nu was het even beunen geblazen.

’s Nachts zat ik met een deken om me heen achter m’n tekstverwerker (zoals dat toen heette), omringd door woordenboeken en naslagwerken en asbakken. In die stille uren moest ik me diep concentreren. Ook op een langdurige opdracht die ik na te weinig aarzelen had aangenomen.

Voor die opdracht had ik een flink aantal mensen geïnterviewd. De tapes met die vraaggesprekken bevatten genoeg ellende en narigheid om stiekem van te huilen. De geïnterviewden waren allemaal patiënten die binnenkort dood zouden gaan. Er stond ook het nodige geleuter op de tapes. Niet iedereen die binnenkort doodgaat wordt plotseling een filosoof en degene die daarover moest berichten (ik dus) nog minder.

Ik raakte in de knel. De geïnterviewden zagen in mij hun laatste kans op vereeuwiging, in een boek. Maar ik zag achter m’n tekstverwerker m’n woorden krimpen. Ik begon te merken dat ik uitroeptekens nodig had, en dat is heel erg voor iemand die de kost verdient met schrijven. Uitroeptekens zijn een zwaktebod. Ze staan altijd op plekken waar de schrijver woorden tekort komt.

Aan jouw billboard dat aan een buitenmuur in de Witte de Withstraat hangt, ontleende ik steun. Jij werd mijn stille medestander. Hoeveel brieven ik je geschreven heb, Melly, weet ik niet meer. Intussen bleef jij daar hangen met die krakkemikkige glimlach en de niet mis te verstane tekst erboven: ‘Melly Shum HATES her job’.

Mijn post aan jou begon telkens met de opmerking dat we dringend ander werk nodig hadden - maar. Eerst moest ik die tapes beluisteren en uitwerken.
Misschien kan ik evengoed wat krijtjes en een tekenblok kopen en gaan tekenen tijdens het beluisteren van de tapes, dacht ik.

Dat tekenen kreeg me in z’n greep. Ik ontdekte dat ik eigenlijk dingen tekende. Later noemde ik die dingen ‘objecten’ en een paar daarvan ging ik daadwerkelijk maken. Het geknutsel kwam niet helemaal uit de lucht gevallen: op m’n achttiende was ik al eens toegelaten tot een kunstacademie in Arnhem. Daar ben ik toen niet naartoe gegaan, ik wilde liever schrijven. Maar nu zat ik stuk met dat geschrijf.

Ik kreeg een diepe afkeer van taal. Ik wantrouwde taal en wat je ermee kunt doen. Ineens was taal voor mij een armoedige keukenhulp geworden. Ik had iets anders nodig om me mee uit te drukken.

Hoe dan ook, ik woonde alleen, er was niemand die me kon tegenhouden. In dat verwaarloosde en enorm grote huurpand waarin ik woonde, was ruimte te over om in de woonkamer aan de slag te gaan. Dat deed ik met enthousiasme. Eerst schetsen, daarna de dingen maken die ik geschetst had.

‘Wat een grote sinterklaassurprises maak jij zeg,’ zei m’n huisbaas die geregeld zomaar binnenkwam. Zonder iets aan het pand te repareren overigens.

Met hulp van een buurman die beganegronds een kleine garage dreef, laste ik een oefenkunstwerk. In ruil daarvoor schreef ik uit zijn naam, brieven aan instanties waarvan hij hinder had. Dat schrijven voor die buurman kon ik nog net opbrengen. Intussen laste ik met hem scharen op metalen staven van 8 mm rond. Dat werd mijn Scharenkathedraal, getiteld: ‘Leven is knippen.’ (Je raadt wel waar dat vandaan komt, denk ik.)

image
(Les fleurs du mal - scharenbogen verwerkt in een boompje)

Een andere buurman (arme Van Bommel) hielp me lopend die zwiepende scharenbogen naar het toelatingsexamen van de kunstacademie te vervoeren, als ook uitpuilende schetsboeken. Waarvan ik er één hier bij me heb.

Zonder slag of stoot werd ik toegelaten tot de avondacademie. Overdag nam ik een baantje aan als redacteur bij Het Nieuwsblad Transport. Hoewel ik er vriendelijke collega’s had, dacht ik na een jaartje wegvervoer: ik zoek geen verlader, ik moet een verlosser.

In feite echter had ik mijzelf al verlost door naar die academie te gaan en door te stoppen met die grote schrijfopdracht. Mijn falen had ik toegegeven en de woede van mijn opdrachtgever had ik over me heen laten komen. Iemand anders zou het boek gaan schrijven. De brieven aan jou, Melly, verpropte ik tot een zompige prop. Ik dacht niet meer aan jou.

Na de academie leefde ik me uit in een eigen atelier op Zuid. Van een kennis kreeg ik een laptop cadeau waarop ik dagelijks, voor ik aan de slag ging, toch weer zat te schrijven. Kleine stukjes voor iets wat toen nieuw was: een weblog. Ik exposeerde, maakte objecten dat de stukken eraf vlogen, werd lid van een kunstenaarsvereniging, leurde met m’n werk, richtte een eigen kunstenaarsclub op, ‘Maanzicht’, maakt met twee bevriende kunstenaars een eigen periodiek ‘Manebrand’.

In een volgend atelier op de Noordoever begon ik met eerst eens flink te schrijven aan een eigen verhaal. Dat schrijven hè. Ik kon er niet mee stoppen, ook thuis niet. Het moest gebeuren.
Ook heb ik intussen een goede combinatie gevonden van beeld en taal: het stripverhaal. Daar werk ik momenteel aan. En jij hangt daar nog steeds, Mel.

Ik moest aan je denken toen een medewerker van Witte de With, Stijn, me onlangs over jou mailde. Over een stukje dat ik vroeger op m’n weblog over je geschreven heb en waaruit geciteerd werd in kunsttijdschrift Mister Motley. In dat stukje had ik al opgemerkt dat het niet aangaat jankerige post te versturen. Die hou je voor jezelf, nietwaar. Zelfs doorweekte post aan een fantoom als jij bent Melly, moet je snoeien of wegdoen. Je wilt een ander niet in je dode-hoekspiegel laten kijken.

Zelf koos ik destijds overigens voor de snelle weg van de prullenbak in plaats van mijn brieven aan jou te redigeren. Die hadden als uitlaatklep hun werk gedaan.

Wie zijn baan of studie haat of een opdracht niet aankan, zoals bij mij het geval was, moet een goede brief schrijven. Of een list verzinnen. Dat heb ik gedaan.

Nu jij nog, Melly. 
Oprechte groet en dank voor je steun,

M.V.


| mv | Mon, 15 Jul 2019 |



Pagina 1 van 9 pagina's  1 2 3 >  Last »

 
English | Nederlands

Links

Chrystl Rijkeboer

Rotterdamse kunstenaars


Archief

2019
December
September
July
June
May
April
March
January
2018
December
November
October
September
August
July
2012
March
2009
July
2006
July