Pagina 1 van 7 pagina's  1 2 3 >  Last »

#265 KASPER & DE TEHUIZEN (vervolg hoofdstuk 3)

GERED DOOR DE STAAT
image

Het werd zomer. Ik slaagde, vraag me niet hoe, voor het eindexamen aan de middelbare school. Ons ouderlijk huis zou met hulp van mijn voogdes verkocht worden.

Van de Nederlandse Staat kreeg ik maandelijks een wezenuitkering die ik zou blijven ontvangen zolang ik studeerde. De uitkering werd aangevuld door m’n vaders pensioen en was royaal in mijn ogen. Met m’n vijftienhonderd gulden in de maand kon ik een huisje huren, gas, licht en telefoon betalen, eten, kleding, openbaar vervoer, studie- alles.(Wie nu wees wordt, heeft het trouwens financieel aanzienlijk moeilijker, maar dit terzijde.)

Kasper werd in meer opzichten opgevangen door de staat. Hij was door onze ouders al ingeschreven voor een van de eerste gezinsvervangende tehuizen voor verstandelijk gehandicapten in Nederland.
Zou hij toegelaten worden?
Een bepaalde mate van zelfstandigheid was een vereiste: jezelf kunnen aankleden, bijvoorbeeld…


image
Ik moest altijd de douche voor hem aanzetten zodat hij zich niet zou branden aan heet water.

image
  ‘Zo moet het!’

imageimage


imageimage

image

image


| mv | Fri, 12 Apr 2019 |



#264 EEN MOEDER VERZINNEN

image

Ik ben goed in dingen in gedachten doen terwijl ik ergens zit waar ik niet wil zijn. In een wachtkamer, bij een personeelsfeest, of op een kinderfeestje waar alle ouders lid zijn van Mensa en alle kinderen hoogbegaafd (behalve het mijne) en waar gepraat wordt over kinderen die moeite hebben met ‘automatiseren’, met rekentafels dus, en waar intussen een van de hoogbegaafden misselijk wordt van een glutenvrijtaartje zonder dat het wordt opgemerkt.

Dan zit ik te verzinnen hoe een tekening of een beeld eruit moet zien en ben ik druk bezig met schuren van een onderkantje van iets, of ik steek m’n tenen in het zeewater van een getijdengebied en kijk er naar kleine krabbetjes.

Ik heb zo ontiegelijk vaak dingen in gedachten gedaan dat het me geen moeite kost iets te verzinnen.

Maar een moeder verzinnen blijft lastig. Je wilt toch dat zo iemand een beetje lijkt op de echte. Een enkele keer vraag ik het aan m’n jongste broer, die is nog meer vergeten dan ik. Hoewel hij soms met iets ‘nieuws’ aan komt zetten, zoals het feit dat we in onze vroegere woonkamer een plantenbak hadden staan naast een schrootjeswand bij de woonkamerdeur. Aha.

Een ander extern geheugen, een jeugdvriendinnetje, wist nog dat mijn moeder aan haar gevraagd had : ‘Is het bij jullie thuis nou ook zo’n rotzooi?’

Dat is een aanknopingspunt lijkt me, maar aan wat precies? Ik vertrouw geen enkele herinnering, vooral die van mijzelf niet. Mijn moeder is een chaotisch samenraapsel geworden van verbleekt, verzonnen en een handjevol feiten. Waarschijnlijk mis ik dus niet de persoon die ze werkelijk was, (voor zover je iemand kunt kennen natuurlijk), maar de instantie die ze vertegenwoordigde.

Eigenaardig is, dat ook zij grotendeels opgroeide zonder ouders. Zo zitten we al twee generaties zonder. Daarover wissel ik nu en dan in gedachten met haar van gedachten.
Ook over het feit dat je kunt opgroeien in een stal en toch geen varken wordt. Mijn moeder was daarvan het beste bewijs. Mijn verzonnen moeder dan.


| mv | Wed, 27 Mar 2019 |



#263 KASPER EN DE TEHUIZEN (vervolg hoofdstuk 3)

Met twee bussen (één keer overstappen) haalde ik Kasper om de veertien dagen op uit kortverblijfhuis Het Anker voor een weekend thuis in Capelle aan den IJssel.

Oh Capelle, land van de lamelle!
(Correctie: die lamellen waren er toen nog niet, die kwamen later, toen ik al verhuisd was. Voor de ramen van ons oude huis kwamen ze ook te hangen.)


image
’ Hoi Suï.’


image
                                                                ’ Mis je papa en mama?’


image
’ Die zijn dood. Dood. Hè, Suï. Ik wil een poppenjurk kopen.’  - ‘Ja Kas, we moeten er allemaal aan wennen.’


image
’ Kom, we gaan boodschappen doen.’ -  ‘Ik wil me verkleden als de Man van Tollund.’


image
                              ‘Je kan niet als de Man van Tollund mee naar de supermarkt.’


image
                              ‘Dan ga ik als indianenmeisje!’


image
’ Je bent toch geen meid Kasper.’ - ’ Ach, wat geeft dat nou.’ - ’ Het circus Jeroen Bosch.’


image

image
Buurtbewoners…


image

image

Ik krijg heimwee bij het zien van rijtjeshuizen in het algemeen, hoewel ik nooit meer in zo’n wijk wil wonen. De wetenschap dat de voordeuren in die wijken met moeite opengaan, de gedachte dat ze daar tegenwoordig vermoedelijk aan buurtpreventie doen en elkaar met hun groepsapp waarschuwen als er een jongen met een hoodie op door de buurt loopt…

Ik weet het: ik sta stram van de vooroordelen. Daar werk ik aan. Dan zeg ik tegen mijzelf dat lang niet iedereen in zo’n wijk angst heeft voor ogenschijnlijk vreemde buren. Er bestaan altijd uitzonderingen.

Ik heb er in elk geval één gekend, ze was mijn overbuurvrouw:  held nummer twee. Een officiële dit keer, een verzetsheld, een vrouw die in WO II redacteur geweest was van verzetskrant De Vrije Alkmaarder. Na de oorlog was ze een van de eerste vrouwelijke hoofdredacteuren van ons land. Misschien zelfs de eerste.

Als enige in deze graphic novel, noem ik haar bij haar echte naam: Elly Tas-Callo, een vrouw over wie een historicus een monografie zou moeten schrijven. Ze overleed in een Joods bejaardentehuis in Amsterdam. Nu kan ik alleen nog schrijven: dank u wel dat ik in slapeloze nachten aan uw mooie glazen tafel mocht zitten en dat u naar me luisterde; dat Suï uw auto mocht lenen om Kasper mee te halen en te brengen naar Het Anker.
U bent de uitzondering.
De boeken die ik van u kreeg, over kranten en beeldende kunst, staan nog steeds in m’n kast. En als hier heimwee en sentiment beginnen te knagen, dan denk ik aan U, als voorbeeld van iemand die het er nooit bij liet zitten.

[ Volgende keer: hulp van de Nederlandse Staat en een dans.]

 

 


| mv | Tue, 12 Mar 2019 |



#262 Joseph Beuys wil een boterham

image

In de film Werke ohne autor van Florian Henckel von Donnersmarck komen scènes voor met de beroemde Duitse kunstenaar Joseph Beuys (1921-1986). Hij wordt met verve geacteerd, daar niet van. De mythe die Beuys verzonnen had rond z’n werk en z’n persoon wordt in de film echter niet als verzinsel naar voren gebracht.

‘Beuys’ gunt het hoofdpersonage van de film een kijkje onder de hoed die hij altijd droeg. Zo zien ook wij wat eronder verborgen gaat: een afzichtelijk verminkt schedeldak. Dat zou hij opgelopen hebben tijdens een vliegtuigongeluk op de Krim, waar hij vervolgens gered zou zijn door Krimtataren die hem met vilt en vet van z’n brandwonden genazen. Mooi verhaal, dat spreekt. Wel verzonnen. Kunstenaars hebben een mythe nodig om hun werk aan de man te brengen.

Hierdoor moest ik denken aan een ander Beuys-verhaal. Geen mythe dit keer, maar waar gebeurd; een typisch Hollandse geschiedenis die zich afspeelt in de jaren tachtig op de kunstacademie in Rotterdam.
Daar hield Joseph Beuys een lezing over vilt en vethoeken en hoe deze tot de kern van z’n kunstenaarschap behoorden. Vervolgens wilde hij iets eten. Maar het personeel van de academie had er niet op gerekend dat Beuys trek zou kunnen krijgen. Een lunch stond niet op de begroting, kennelijk. Misschien ook vond men het overbodig zo’n goedverdienende kunstenaar een kop koffie en een broodje uit de kantine aan te bieden. Intussen rammelde de maag van Beuys.

Een academiedocent kwam op het idee een student aan te spreken die een volle boterhamtrommel bij zich had.
  ‘Mag Joseph Beuys van jou een boterham?’
‘Nee,’ antwoordde de student, ‘ik heb zelf nog niets gegeten.’

Zo is het gegaan en verder zeg ik niets. 

Tsja.


| mv | Mon, 04 Mar 2019 |



#262 KASPER & DE TEHUIZEN (vervolg hfdst. 3)

(Wat vooraf ging. Terwijl Kasper (16) sinds enige maanden in kortverblijfhuis Het Anker woonde, overleden z’n beide ouders. Hij kreeg een voogd en een toeziendvoogd toegewezen. Omdat beiden zich niet om hem bekommerden, kreeg ik (18 geworden) van het locatiehoofd van Het Anker het dwingende advies hem met regelmaat te halen. ’ Rust, orde, regelmaat.’ Onze jongste broer (14) woonde inmiddels in een pleeggezin. Ik was achtergebleven in ons ouderlijk huis en moest eindexamen aan een middelbare school doen. Er waren wel wat problemen met rust, orde en regelmaat. Door de week ...)

image


image
’ Prima. Ik zit keihard te leren voor m’n examens.’

image
’ s Avonds ...
image


imageimage
image
Het is Patoffe
image
’ Kom d’r in. Ik heb ook een hoes voor jou. Maar die van het singletje van Queen is te klein, denk ik.’

image
image
’ Ik heb zo m’n eigen systeem.’ ’ Interessant.’
image

image

(Volgende keer: Maar in de weekenden stapte Sui over de drempel. Hij werd de held van Kasper, van mij en misschien ook van onze jongste broer.)


| mv | Tue, 15 Jan 2019 |



Pagina 1 van 7 pagina's  1 2 3 >  Last »

 
English | Nederlands

Links

Chrystl Rijkeboer

Rotterdamse kunstenaars


Archief

2019
April
March
January
2018
December
November
October
September
August
July
2012
March
2009
July
2006
July