Pagina 1 van 1 pagina's
# 28 Mijn geheugentheater
De geleerde Italiaan Camillo Delmino, een tijdgenoot van Erasmus, maakte in de zeventiende eeuw furore met zijn geheugentheater. Dat theater genoot tot diep in de zeventiende eeuw bekendheid door Delmino’s eigen geschriften, en getuigenissen van derden. Fraces A. Yates, die in 1966 een studie schreef over de manieren waarop mensen door de eeuwen heen mnemotechnieken uitdachten, noemt Delmino’s theater zijn levenswerk, waarvoor hij altijd geldelijke steun nodig had.
Het probleem bij Delmino’s theater - er waren meer soorten geheugentheaters in omloop - is dat niemand meer weet hoe dit hermetisch- magische theater er uit zag. Volgens Zuichemus, een kennis van Erasmus, zou het een houten theater zijn geweest, volgepropt met beelden, koffers en kisten en laden, groot genoeg om twee personen binnen te laten.
(Uit m’n schetsboek, waarin ik onderzoek hoe m’n eigen geheugentheater er uit moet zien.)
Een ander sprak van ” een sterk ornamentele cartotheek” of “de idee van een geheugen dat organisch is gekoppeld aan het universum”. Het geheugentheater moest dan alle kennis van de wereld bevatten, of ten minste oproepen. Eerdere geheugentheaters zijn in feite onthou-systemen, waarbij men kennis in een bepaalde volgorde (in gedachten) opbergt. Zodra men het theater voor de geest haalt, daarin (alweer in gedachten) een luik of een deur opent, komen de gewenste, gememoriseerde feiten in de juiste volgorde tevoorschijn.

(Een andere bladzijde uit m’n schetsboek - onderzoek naar het geheugentheater.)
Mijn eigen geheugentheater is een nogal aardse interpretatie van Camillo Delmino’s allesomvattende project. Juist zijn geheugentheater sprak me aan, omdat niemand meer weet hoe het er uit heeft gezien, en omdat hij kennelijk letterlijk een soort theater bouwde.
(Schetsboek, MV)
Eerder al was in m;n werk het (gebrekkig) functioneren van ons geheugen uitgangspunt bij het maken van een installatie. Nu heb ik me voorgenomen een geheugentheater te bouwen dat is opgetrokken uit steenkool, een kolenkot.
Maar allereerst heb ik me toegelegd op wat er in dat theater, het theater in ons hoofd, optreedt.

(Studie voor figuren in het geheugentheater.)
Het is een installatie geworden van figuren en toebehoren die afgezanten zijn van onze herinneringen. Het idee van een geheugentheater als magazijn voor kennis heeft daarmee plaats gemaakt voor de meer theatrale kant: een opslagplaats van ervaringen. Dat deze er niet allemaal mooi en vriendelijk, soms ook belachelijk uitzien, hoeft geen betoog.
(Studie voor figuren in het geheugentheater.)
Alle objecten in het geheugentheater zijn opgetrokken uit steenkolen; het zwart van de kolen geeft de diepte, de zwaartekracht weer van het verleden. Steenkool is immers een fossiele brandstof, gewonnen uit diepe aardlagen. Zo zijn ook onze herinneringen brandstof - voor ons geheugen.
Pagina 1 van 1 pagina's
