Pagina 2 van 26 pagina's < 1 2 3 4 > Last »
DE DAGBAAN / DOODGEWONE VERVREEMDING
De vullingen in m’n kiezen werken als middengolfontvangers. Vooral fietsend komen er onverwacht liedjes binnen, meestal niet van het coolste soort. Maar daar hoef ik me niet druk om te maken. Dat doet m’n dochter wel. Wanneer ik Jamaica Farewell zacht, maar hoorbaar meezing, sist ze: ” Shhht, wat heb ik nou gezegd, niet zingen binnen de bebouwde kom”. Het is voorjaarsvakantie, we zijn op weg naar de beugeltandarts en naar een paasei, en ik ben een brakke nachtuil die overdag wakker moet blijven. Voor de Kunst, nietwaar. Bij de beugelfabriek krijgt ze een gekleurd elastiek tegen de tralies bij haar voortanden, passend bij het ei. Ik draag een gestippelde bloes en doe ook niet onder voor het paasei dat zo hoog is als een volwassen man. Hoger zelfs. De bedenker is Jeff Koons, een kunstenaar die ik bepaald niet bewonder, ook al moest ik in het verleden grinniken om z’n uitvergrote hond met bloemen. Het ei glimt, draagt een enorme paarse strik en is een vrolijke binnenkomer. Maar ik heb een geheime agenda en heb het ei als lokkertje gebruikt. Ik wil iets anders zien.
Bij de balie in het Boijmans lees ik terloops in de folder over de komende Rotterdamse museumnacht; het Boijmans belooft ons die nacht te verrassen met vervreemdende effecten. Er wordt ook uitgelegd hoe dat in z’n werk zal gaan. Dat uitleggen en van te voren meedelen dat het om vervreemding draait,lijkt me een onhandige zet. Als het de bedoeling van het Boijmans is dat we op zoek gaan naar vervreemding, wordt het omgekeerde bewerkstelligd: we zien een herenschoen in een vitrine met porseleinen servies. We krijgen een gevoel van herkenning: aha! Vervreemding! We zien schilderijen die met hun voorkant tegen de muur zijn opgehangen. We laten ons niet in de luren leggen, kom nou, dat is doodgewone vervreemding.
Het zou wat anders zijn als je bij het aantrekken van je jas in de garderobe van het museum, merkt dat er andere knopen aan zitten. Het is iets anders als je met veel moeite je autoportier opent en pas binnen ontdekt dat je in de verkeerde auto zit. Nog vreemder is het, voor omstanders, als je met je gekke broer een weekeind in een hotel logeert. Hij draagt een enorme babypop in een draagzak op zijn buik. De receptioniste loopt hem tegemoet en zegt: “Wat een schattige baby heeft u”. En dan haar gezicht, als ze dichtbij staat, dat moet haast wel door Kafka gezien zijn.
Kortom: voor vervreemding hoef ik de deur niet uit. We zijn al blij als de vloermat bij de voordeur gewoon over de trapleuning hangt. Maar in een museale setting is het woord ‘vervreemding’ sleets. Het moet een poosje op slot, net als ‘op het verkeerde been zetten’.
Aan wie om vervreemding verlegen zit, zou ik m’n broer kunnen verhuren. Hij kan heel verfrissend te werk gaan, elke dag weer.
DE NACHTBAAN/ DE VIERSTRA GROEP

(De groep Belgische surrealisten voor cafe ‘Het goudblommeke van papier’, maart 1953. Tweede van rechts: Marike 4-stra.)
Het is zaterdag (1984?). Ik kijk of m’n cheffin op gehoorsafstand staat - ja, dat staat ze - en ik neem de telefoon op: ” Met Voorhoeve, Dietrich, Kramers, Boijmans en Vierstra!” De cheffin van de boekwinkel met de vier achternamen kijkt me getergd aan. Als ik neerleg, weet ik wat er komen gaat, maar ik kan het niet laten ook al breng ik (volgens haar) de klanten in de war.
“Ga in de kelder de Engelse pockets opruimen”, zegt de cheffin. De kelder is net niet hoog genoeg om in te staan, je komt er na het opruimen uit als een geknakte letter i, maar bij de toonbank plop ik terug in m’n oorspronkelijke vorm. En, ben als eerste bij de telefoon. Grijnzend.
Met straf en kritiek is tot op heden bij mij weinig bereikt. Maar een sukkel wil ik me nog niet noemen. De ene poot van de Vierstra-Groep beunt ’ s avonds bij in het onderwijs, de andere poot werkt in het atelier. Maar het liefste zou ik tot een andere groep horen, een gedroomde groep. Surrealisten. Dat spreekt. In gedachten leg ik in de supermarkt 21 ananassen in een mandje. Als ze vragen waarvoor die zijn, antwoord ik:” We hebben thuis een tropisch konijn, het is vandaag jarig”. In gedachten hang ik ’ s avonds een webcam in ons leslokaal, zodat iedereen ons surrealistisch Babylon onder de tl-balken kan volgen. De inburgeraars moeten de tekst van een cd’tje nazeggen, om te oefenen op de uitspraak:
” Ik kom uit Denemarken”, zegt een man uit Mexico.
“Ik heet Henk”, zegt een man uit Guatemala.
” Ik heb twee kinderen”, zegt een vrijgezelle Pool.
“Ik ben een kunstenaar”, denkt de docent.
En we lachen het haar op onze tanden bloot.
#92 DE DAGBAAN/ HET WILDE WETEN
WILDE BOEKEN TE KOOP
Waar die naam vandaan komt, weet ik niet. Hij geeft in elk geval te denken: Het Wilde Weten. Het is de naam van een kunstenaarscollectief in Rotterdam dat onder meer jaarlijks een kunstboekenmarkt organiseert. Dit jaar doe ik mee met m’n KLEINE CATALOGUS VAN GROTE DINGEN.

Hierin zie je - voor het treurig lage bedrag van slechts 35 euro! - foto’s van door mij gemaakte hangende trappen, acryltekeningen van die trappen en er staan korte stukjes tekst in. Achterin vind je een pop-up van een trap. Deze catalogus is ook te koop via m’n website. De oplage is klein: 15 stuks. Er zijn slechts enkele exemplaren over. (OP=OP.) Maar leuker is het natuurlijk, om naar de Wilde Boekenmarkt te komen en subiet ter plekke de Kleine Catalogus Van Grote Dingen aan te schaffen.
De Kleine Wilde Trap - tijdens de trappenexpositie de publiekslieveling - past qua wildheid het beste bij de naam van het kunstenaarscollectief Het Wilde Weten. Die naam doet denken aan achttiende-eeuwse ideeën over zogenoemde nobele wilden: lieden die zonder kennis van de Bijbel (meestal buiten Europa) het verschil bleken te kennen tussen goed en kwaad (een wild geweten) en die bovendien prima in staat waren hun eigen onbijbelse god te verzinnen. In de achttiende, maar ook in de negentiende eeuw (en zelfs nu nog) werd in twijfel getrokken of een ‘wilde’ een deugdelijk onderscheid kon maken tussen goed en fout.
Familieleden van de ‘nobele wilde’, niet-filosofisch geschoolde mensen die er zelfstandig op los denken, kunnen ook bij Het Wilde collectief horen. Maar wat denken de Wilde Weters?
Dat kan vanzelfsprekend alle kanten op gaan en natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar de diverse wilde gedachtegangen - het moeten er meerdere zijn, lijkt me. Voorlopig ga ik er vanuit dat de wilde weters vrijdenkers zijn (zoals ik), maar dat zij, anders dan ik, wel iets nieuws hebben bedacht om de wereld mee te verklaren.
Daarnaast klinkt ‘wild’ goed. Vooral als je in de stad woont, weinig benul hebt van natuurkrachten en een veridealiseerd beeld koestert van een leven ergens buiten, ‘achter Zwolle’. En dan niet “oehoehoerend hard, Tinus op sien BSA” (veel te beschaafd), maar Thoreau ( Over Burgerlijke Ongehoorzaamheid, 1849), afgezonderd in zijn hut in de bossen.
Ik zou het niet kunnen. Niet wild genoeg. Ik ben van een treurige aangepastheid, bijgeslepen door jaren belasting betalen en stofzuigen. Maar wie m’n werk ziet, denkt daar hopelijk anders over: er zit iets WILDS in die vrouw. Een kleine wilde. Koop haar werk voor het te laat is.
Adres: Kunstenaarscollectief Het Wilde Weten/ http://www.hetwildeweten.nl
De Wilde Boekenmarkt, Robert Fruinstraat 35, 3012 XB, Rotterdam. Zaterdag 11/2 en zondag 12/2 van 14.00 tot en met 19.00.
#91 De Nachtbaan
Avontuurlijk en temperamentvol

(Ardenner das op weg naar Rimbaud.)
Er is veel te zeggen voor het negeren van schulden en plichten; grote dichters deden het al. Dat ontdekte ik, toen we op een miezerige dag in de Ardennen, een uitstapje maakten naar Charleville, naar het Rimbaudmuseum. Zodra ik aan Arthur Rimbaud (1854-1891) denk, krijg ik een licht schuldgevoel omdat ik hem niet gelezen heb. Dat geldt ook voor zijn vriend en minnaar, Paul Verlaine (1844-1896), een man met een hoofd als een uit z’n krachten gegroeid Bintje en op geen stukken na zo knap als Rimbaud - althans, op het schilderij dat ik in Charleville van hen zag.
Verlaine ging ervandoor met Rimbaud en liet z’n vrouw en z’n schuldeisers achter zich. “Niet meer dan logisch”, beweert de documentaire over de twee dichters (ook in het museum te zien). Verlaine en Rimbaud leefden “avontuurlijk en temperamentvol” en dan moet je wel. Ergens anders op de wereld, ik vermoed in Duitsland, waar ze strenger zijn, en zeker ook bij ons, zouden die dichters er postuum nog flink van langs gekregen hebben. Maar de Fransen weten temperament te waarderen, achteraf tenminste. Tijdens een lange wandeling door die typische Ardenner oorlogsblubber, in de omgeving van ons huurhuis, overwoog ik, of ik ook zou kunnen wegkomen met “avontuurlijk en temperamentvol”. Dan moet ik natuurlijk wel als de bliksem geniaal worden en stukken minder braaf.
In elk geval heb ik een opdracht gekregen via Stichting Gemiva: portretten van de bewoners van een woning voor verstandelijk gehandicapten, 7 in totaal. Het hoofd van de nieuwe woonlocatie moest flink z’n best doen om de financi"en voor het project rond te krijgen. Ook al gaat’t om een laag bedrag, toch waren de meningen over deze vorm van geldbesteding ernstig verdeeld. Van veraf kan ik me precies voorstellen wat er te berde is gebracht: Wat heb je aan een schilderij van een onbekende meesteres? Kunnen we niet beter een grotere koelkast kopen? Zal het werk over 200 jaar z’n waarde wel behouden hebben? Gelukkig maken we dat niet meer mee!
Eerst Rimbaud eens lezen. Zal ik kiezen voor zijn ” Dronken boot” of voor ” Een seizoen in de hel”? Avontuurlijk en temperamentvol zeg ik: ” Allebei”. Dat wordt dan wel ’ s nachts lezen, want ’ s avonds moet ik mensen taallessen geven en ik doe voor hoe je moet inburgeren. Of je avontuurlijk en temperamentvol en ingeburgerd kunt zijn, is een kwestie waar ik nog op terugkom. (Of niet, natuurlijk.)
#90 De Nachtbaan
Flexibel worden
Als je kunstenaar bent en de trein met geld laat nog even op zich wachten, moet je bijbaantjes hebben. Ik geef ’ s avonds les. Binnenkort zelfs elke avond. Het sollicitatie- annex inwerkgesprek verliep niet zo vlot en dreigde zelfs even om te kieperen, toen op een vraag van mij het volgende antwoord kwam: ” Nou, wat denk je zelf?” Vanaf de eerste verdieping, in m’n toekomstige leslokaal, zag ik dat het buiten regende. Een flexibele bui die zich met gemak rond alle hoeken van het gebouwtje sloeg. In het noorden van Spanje had ik, jaren terug, de ontdekking gedaan dat ik het niet ben, flexibel. Het lukte me om de etenstijd op te rekken tot negen uur, half tien ’ s avonds, maar om net als de Spanjaarden pas om tien uur met koken te beginnen, ging mijn maag te ver. Ik drink graag, en veel ook, maar langer dan vier uur aperitieven drinken, hou ik niet vol. Als iedereen om ons heen rond elf uur eindelijk begon met het diner, lag ik al in m’n tent, soms met het halfslaperige idee dat ik werd opgediend als gerecht. Bestekgeluiden op kampeerterreinen dragen ver, zelfs bij het beuken van de Atlantische Oceaan. Tot kort daarvoor had ik met de illusie geleefd dat ik me kon aanpassen aan de meeste situaties; in je eentje in je atelier houd je zo’n gedachte gemakkelijk in stand, thuis wordt het al wat lastiger. Bij het inwerkgesprek kwam het ter sprake als eis. De nieuwe werkgever wil flexibele, hoog opgeleide, ervaren docenten, lieden die er geen been in zien om desnoods elke maand voor een andere groep, op nieuwe tijden, te werken. Voor zolang het duurt. (De zogenoemde taalaanbieders grossieren in contracten van vier maanden.) Ergens lekker vastroesten is er niet bij, terwijl ik bij uitstek geschikt ben als schroef, niet als ‘Post-It’ . De vraag is nu, of het me lukt flexibel te worden. Het flexibelste wat ik ooit heb gedaan is: een kind krijgen.En dat viel voor de duvel niet mee. In ruggenprikken geloofden de oerartsen van het Havenziekenhuis toen niet, ondanks m’n kermend geuite opmerking dat ze in de ons omringende landen (waar de prikken wel gegeven werden en worden) toch niet aantoonbaar gekker zijn. Een goede multitasker ben ik ook al niet. Overdag kunsten en s’ avonds lesgeven, hoe zal dat gaan? Je hoort het nog. Ik ben zeker van plan m’n virtuele leven te verbeteren en het blog leven in te blazen. In het echt ga ik eerst naar de Ardennen om daar op tweede kerstdag een valse snor te kopen in de feestartikelenwinkel in Malmedy. Dat doe ik elk jaar; kerstmis=snorren kopen. Of misschien, dit jaar, voor de flexibiliteit, vleugels maat 40. Want die hebben ze daar ook.
