Pagina 1 van 1 pagina's
De Woemsdagaffaire #19De techniek van een wonder
(een damesverhaal)
(foto:Andreas Baier)
Omdat het bijna sinterklaas is, moet ik hier melding maken van een wonder. Misschien is er zelfs aanleiding tot heiligverklaring van de plek waar het zich eens afspeelde: de meisjes wc bij het gymnastieklokaal van de P.A.P. scholengemeenschap - een ongelukkige plaats voor een wonder, maar goed, dat zijn grotten en afgelegen mariabeelden alles welbeschouwd ook.
Daar gaattie dan: Ik was vijftien en had een diepe afkeer van gymnastiek. Erger dan de medicijnballen, de brug met ongelijke leggers en trefbal (een ernstige vergissing), vond ik het gymnastiekuniform, een korte, groene pofbroek en een wit T-shirt. De pofbroek stond bij iedereen belachelijk: dikke konten werden dikker, spillebenen spilliger. Daarom trok ik een afgeknipte spijkerbroek aan waarin ik onzichtbaarheid oefende om vooral niet hoeven mee te doen aan het gebungel tussen plafond en vloer. De gymnastieklerares, zoals altijd en eeuwig alle gymjuffen, vond dat “geen gezicht”, iedereen moest er hetzelfde uitzien en ze eiste dat ik de zwarte pietenbroek aantrok. Daarop antwoordde ik - mengsel van verlegen en brutaal - dat ik “vanwege esthetische overwegingen” niet langer kon deelnemen aan de gymles. Het strafwerk was: vijfhonderd keer dezelfde zin opschrijven:“Ik zal de officiële gymkleding dragen”. Uit ervaring wist ik dat carbonpapier me niet zou helpen (dat zie je), evenmin als drie balpennen met elastiekjes aan elkaar gebonden. Computers, laat staan computerprogramma’s die een bestaand lettertype convergeren naar je handschrift, bestonden niet. Alles was nog low tech, analoog handwerk. Voor het gemak vergat ik de strafregels te schrijven. Maar juffrouw Knake niet, die vroeg er naar bij de volgende gymles. “Ik moet even naar de wc juffrouw”, zei ik snel en vluchtte naar de meisjes wc naast de kleedkamer. Het maandverbandverbrandapparaat dat in die wc tegen de muur hing, was in volle werking. de wc stonk naar rook, naar verbrande watten.
Nu is het zo, dat op Suzy S. na, niemand zich dit apparaat herinnert. Aan meerdere leeftijdgenoten heb ik gevraagd of ze nog weten van het maandverbandverbrandapparaat (afgekort mva) en gek genoeg is het antwoord nee. Hoe dat mogelijk is, begrijp ik niet, want die apparaten zag je destijds (jaren zeventig) in veel wc’s hangen. Je rook ze. Het waren wit geëmailleerde metalen dozen, in grootte en vorm vergelijkbaar met een sigarettenautomaat, waarin onderin, ter hoogte van je taille, vier of vijf laatjes zaten. Daarin stopte je dan een gebruikt maandverband, deed het laatje dicht, gooide geld in een gleuf (je moest er voor betalen ook nog) en het apparaat begon het bebloede verband te verbranden. Deze machines bestonden ook in kleinere uitvoeringen voor maar één maandverband tegelijk, maar bij ons op school hadden ze voor de royale versie gekozen.
Ik denk overigens dat het mva is uitgevonden door een man. Een man die dacht: voor zulke gorigheid bestaat maar één oplossing. (Gelukkig had je toen ook al tampons en die kon je gewoon in een prullenbak doen.)
Daar stond ik dus in de wc en keek verstoord naar het stinkende en rokende mva - je kon er niet omheen. En wat lag er bovenop het mva? Velletjes papier waarop een meisje met een typisch melkboerenhondehandschrift vijfhonderd keer had geschreven: “Ik zal de officiële gymkleding dragen”.
Knake keek er nauwelijks naar en gebaarde dat ik snel de zwarte pietenbroek moest aantrekken. Overdonderd door het wonder, deed ik in de groene pofbroek mee aan de les en vertelde iedereen van het mirakel dat zich op de wc had voltrokken. Dat wonder was zo groot, dat kon bijna geen toeval zijn, vonden we. Zat daar meer achter? Was ik voorbestemd tot bijzondere dingen? Hadden krachten, machtiger dan de natuur ingegrepen en besloten dat ik onder geen beding tijd mocht verdoen aan onbenullige zaken als strafregels schrijven en lichamelijke oefening?
Heel veel jaren gingen voorbij. Elke haar op mijn hoofd werd een verhaal en ook besteedde ik mijn dagen aan meer onbenulligheden dan ik nu nog tijd van opschrijven heb. Er kwamen geen wonderen meer langs. Tot ik bedacht dat mijn idee van wat een wonder is, tekort schoot. Ik had een ronduit bekrompen definitie van wonderen in gedachten. Het is immers maar net, wat je een wonder noemt. Een wonder hoeft geen éénmalige, toevallige gebeurtenis te zijn die je redt uit een benarde situatie, het kan evengoed een lachende poes zijn met twee verschillend gekleurde ogen, of een eigenaardig apparaat.
Kijk eens naar het plaatje van de muzikale plant en probeer te raden wat het voorstelt. “Een heuse grammofoon”, staat erbij, in piepkleine lettertjes. Zelfs het mva is in z’n soort een wonder, niet omdat het een raar ding is, maar omdat behalve Suzy S. (en ik) iedereen het is vergeten: een uit het geheugen verdrongen machine. De techniek van een wonder: iets is een wonder zodra iemand het een wonder vindt.
Pagina 1 van 1 pagina's
