Pagina 1 van 1 pagina's
#80BINNENSTEBUITEN/ BUTTON DOWNBehalve de man die bang is voor ballonnen, ken ik niemand met een sympathieke angst. Of het moet mijn eigen angst voor de dames van de knopenclub zijn.
Bibberend maakte ik deze week op hun bevel de 10 euro over voor de gemiste lunch tijdens de gemiste knopendag, ergens achterin Nederland. “U had u wel eens wat eerder mogen afmelden”, e-mailde de voorzitster. Nu was er al een lunch a’ 10 euro voor mij ingeslagen en van de 20 leden van deze exclusieve club had er nog een lid zomaar afgezegd.
Het was de allereerste keer dat ik de knopendames zou ontmoeten. Volgens schema zouden we ons ‘s morgens bezighouden met het schoonmaken van knopen, daar viel veel meer over te vertellen dan je zou verwachten, daarna de lunch en dan: de knopenruilbeurs. Kortom: materiaal genoeg voor een congres. Hun folder, waarvan ik verplicht een set heb afgenomen, werd door een bevriend grafisch vormgever onmiddellijk toegetakeld met de woorden: “Een downige folder”. “Ben jij daar lid van geworden?”
“Jawel” antwoordde ik, toen nog vrij van angst en trots dat ik eindelijk ook eens ergens lid van was. “Ik hou me tegenwoordig bezig met het ophopen van knopen en ik ontwerp knopen voor mijn geheugentheater.

Ik bezit zelfs al knoopjes in de vorm van het cijfer 4 (gekocht in Parijs op een geheim knopenadres) een aardewerken knoopjes uit het Victoria & Albertmuseum (kado gekregen). Naast knopenliefde speelde ook de wens ergens bij te horen. Het lijkt allemaal mooi en aardig en modern, dat buitenstaanderschap, maar op mijn leeftijd wil ik wel eens binnen staan, ergens waar het droog is. “Be with it, with it, with it”, dichtte W. H. Auden en liet aan mij de keus waarbij dan. Een sportclub viel af. Van een arts kreeg ik een negatief sportadvies, ik moest zelfs zweren dat ik nooit aan Nordic Walking zou gaan doen, hij kende voorbeelden van mensen die erin zijn gebleven. Aan een leesclub heb ik geen behoefte - mijn smaak komt zelden overeen met die van anderen- , voor politiek voel ik me net iets te mals, voor schaken te houterig. En toen kwam de knopenclub voorbij drijven op internet.

Beelden van knopenwinkels: 1001 houten lades. De bovenste nauwelijks zichtbaar in het schemerduister, tegen de kopse kanten van de onderste zijn kleine glazen knoopjes geplakt, grote toeristische bonken, aapjesknopen, cijferknopen, rotsknopen; subtiele aangevers van nieuwe gedachten. Licht valt op een houten toonbank, gedempt door vers en antiek spinrag. Voor wie het woord “Kaneelwinkels” iets zegt: een knopenwinkel komt daar heel dicht bij in de buurt (vind ik). Fantasie"en over een goed doorknoopte lunch, met kleine flesjes witte wijn, dames in grijze vestjes met paarlen knopen, we ontknopen onze geheimen, leggen voorzichtig onze schatten op tafel, zeggen:” Elke knoop in mijn knopendoos is een verhaal.” Ik begin met:” Deze knoop zat ooit vast aan een pak, dat pak was van een man die elke avond moest overgeven in de tuin van zijn buren”. Onze gedachten slaan op hol, dat heb je al snel met knopen, iemand begint op te scheppen:” Maar hier heb ik de aftredingsknoop van president Nixon, deze zat aan zijn colbert vast toen hij zijn tv-rede hield over Watergate…”
Maar het allereerste e-mailtje dat ik van de knopenclub kreeg was dit: ” U heeft nog steeds geen lidmaatschapsgeld gestort, wat is nu eigenlijk precies uw bedoeling?”
Nu hou ik ze bevend op afstand, op knoopafstand.
Pagina 1 van 1 pagina's
