Pagina 1 van 1 pagina's

#31 IJskoude beweringen

Voor een tekstje over eigen werk in een catalogus had ik allereerst, en niet langer dan honderdvijftig woorden ook nog, een ‘statement’over kunst en werkelijkheid op papier gezet. Een beetje kunstenaar denkt over zoiets na. De echte tobbers onder ons piekeren hierover al sinds hun vijftiende, vooral als ze aan de universiteit Nederlands hebben gestudeerd.
Destijds vroeg ik me bezorgd af wat nou het wetenschappelijke was aan een letterenstudie. Want wat ik deed was niet anders dan voorheen: ik lag op de bank en las het ene na het andere boek. Zodra ik ze uit had, vertelde ik bij tentamens wat ik in die boeken had gelezen. Pas met het graven in achttiende eeuwse papieren parafernalia kreeg ik enig idee van wat wetenschappelijk onderzoek in de letteren kan betekenen. Daarmee was de kwestie over de verhouding tussen kunst en werkelijkheid niet opgelost, maar wel ontdekte ik dat iedere generatie z’n eigen harnas verzint.

Wat zijn dan in het vrije westen de regels voor de beeldende kunst anno 2007? Beeldende kunst is tennis zonder net. “Anything goes”. Natuurlijk, er zijn trends: abstract is uit, figuratief is in, maar dat is iets anders dan een vast eisenpakket. Toch is het in Rotterdam heel goed mogelijk iets aanstootgevends te doen in de beeldende kunst, want hier (in de “sprookjesstad”) zijn we al bang voor een grote kabouter.

  image
(Bloot op bed de Amerikaanse president Bush, achter hem staat Cheney. Naam van de maker van dit schilderij ken ik niet.)

De kaboutersculptuur is vanwege z’n piemel verbannen naar de binnenplaats van het Boijmans, waar hij door drie muren visueel wordt afgedekt. De kabouter is verder onschadelijk gemaakt door hem als kunst te etaleren bij het museum. In de kunst mag immers alles wat op de Lijnbaan niet kan.
Wat ook niet mag in Rotterdam is werk maken dat mogelijk beledigend is voor moslims. Twee, misschien zelfs drie jaar terug al, moest een kunstenaar van burgemeester Opstelten een mogelijk voor islamieten aanstootgevend werk van een buitenmuur halen. Niemand nam aan deze actie (gek genoeg) aanstoot. Er volgden geen boze optochten van kunstenaars voor vrije meningsuiting - kunstenaars zijn opportunisten als iedereen. (Eigen werk eerst.)
Ook las ik in NRC ( 4 juli) over een man die een nacht in een Rotterdamse cel had doorgebracht vanwege een poster waarop stond:“George W. Bush - Terrorist”.  Je vraagt je af wat Opstelten van boven afgebeeld schilderij vindt?

Kortom: Het harnas in de beeldende kunst anno 2007 kent geen vormeisen, wel zijn er nieuwe mogelijkheden tot aanstoot geven. Waar Mondriaan vroeger aanstoot nam aan het gebruik van de kleur groen en de Bauhausarchitecten onwel werden bij het zien van ornamenten, krijgen de ambtenaren alhier, onder leiding van Ivo Opstelten, een rolberoerte bij het zien van grote pikken, posters waarop buitenlandse politici terrorist worden genoemd en kunstwerken die mogelijk aanstootgevend zijn voor moslims.
Ik voorspel dat deze lijst binnenkort langer zal zijn.

Wat zegt dit over de (altijd gespannen) verhouding tussen kunst en werkelijkheid? Niets.
Het gaat de gemeente immers niet om de kunst maar om de werkelijkheid. Het zal Opstelten worst wezen hoe de kaboutersculptuur ‘van de grond komt’, zoals beeldhouwers dat noemen. Ook denk ik dat de belettering op het Bush-affiche hem koud laat, evenals het palet van de schilder die het mogelijk aanstootgevende schilderij maakte. Zoals alle sukkels kijkt de burgemeester niet naar de vorm, maar naar de voorstelling.
Ik vermoed dat Opstelten niet begrijpt dat de één een literair meesterwerk kan schrijven over een bezoek aan een postkantoor, terwijl de ander bagger produceert over een wereldreis. Daardoor ziet hij ook geen verschil tussen een tuinkabouter en de moloch met de pik.  Laat staan dat zo’n man gedachten heeft over het presenteren van de werkelijkheid als kunst ( Duchamps’ pisbak), of andersom, want dat kan ook: kunst laten zien die vrijwel identiek is aan de werkelijkheid. (Dat laatste leidt er vaak toe dat museumbezoekers bijvoorbeeld bovenop een ‘piece of art’ gaan staan, of in een losliggende hamer niet de ‘hamer’ zien - de nephamer dus.)

En de kunstenaars? Die willen zich in hun werk niet door de werkelijkheid laten ringeloren. Ik in elk geval niet. Daarbij komt: ” Man is no center of the Universe,
                                  And working in an office makes it worse.”
(W. H. auden Letter to Lord Byron.)


| mv | Fri, 13 Jul 2007 | 0 reacties |



Pagina 1 van 1 pagina's

 
English | Nederlands

Links

Rotterdamse kunstenaars

Heer Stoute

Chrystl Rijkeboer

a prairie home companion

Arletti

Wil Jansen


Archief

2012
• May
• April
• March
• February
• January
2011
• December
• November
• September
• August
2010
• December
• November
• September
• August
• July
• June
• May
• April
• January
2009
• December
• September
• July
• May
• March
• February
• January
2008
• October
• September
• July
• June
• May
• April
• March
• February
• January
2007
• December
• November
• October
• September
• July
• June
• May
• April
• March
• February
• January
2006
• November
• October
• September
• August
• July
• June
• May
• April
• March
2005
• October
• May
• March
• February
2004
• October
• September
• August
• July
• June
• May