Pagina 1 van 1 pagina's

# 261 Sex and predjudice en zombielezers

 
Kleineren van vrouwen is hot onder mannelijke schrijvers. De meest recente strapatsen kwamen van de Rotterdamse auteur Ernest van der Kwast in het tijdschrift Geen punt (no.2/ 2018). Dat is een ‘taalglossie’ die wordt uitgegeven door de gemeente Rotterdam om haar acties tegen laaggeletterdheid kracht bij te zetten. Onduidelijk is voor wie dit vette blad bedoeld is. Minder duister is de vraag voor wie Van der Kwast schrijft.

Niet voor vrouwen van vijftig - plus. Dat maakt de schrijver in zijn bijdrage maar al te graag duidelijk. Geregeld vult hij zijn schrijversinkomen aan door af te dalen naar de regionale Hades, dat wil zeggen naar de Margriet Winterfair. Volgens eigen zeggen doet hij er het nodige ‘psychische leed op’. Zielig natuurlijk. Zo’n zaal vol ‘Mama Tandoori’s’ die zijn boek kopen en nog gelezen hebben ook. Je gunt zo’n man iets beters. Want Van der Kwast wil laten zien dat ‘literatuur voor winnaars is, en niet alleen voor vrouwen van vijftig-plus. Juíst niet alleen voor vrouwen van vijftig-plus.’

Zijn betoogtrant is beproefd. Wie zieltjes wil winnen, heeft een vijand nodig. Laaggeletterdheid en ontlezing bestrijdt hij daarom door de resterende lezers (vrouwen dus) te kleineren. Een contraproductieve actie zou ik zeggen. Maar waarom hij juist vrouwen aanvalt, is duidelijk: deze vijand valt in de smaak bij zijn peers.

Van der Kwast is allesbehalve origineel in zijn vijandkeuze. (Denk even aan Jonathan Franzen die woedend was toen zijn roman The Corrections op de leestafel van Oprah Winfrey werd aanbevolen aan vrouwen.) Hier op de lokale parnassus is de ‘peer’ onze stadsdichter Derek Otte, hoofdredacteur van de taalglossie en tevens een man die wil laten zien ‘hoe tof taal eigenlijk is’. (Overigens is ademhalen ook tof. Je kunt er veel mee doen.)

Van der Kwast valt mensen aan op twee dingen die ze niet kunnen veranderen: ze zijn vrouw en ze zijn (holysmoke!) ook nog eens boven de vijftig. Gek genoeg wil lang niet iedereen zo ver gaan dat ze van geslacht wisselen om bij Ernest in de smaak te vallen. En vervolgens stelt dit ouwe leesvee hem op de huishoudbeurs ook nog eens vragen van huishoudelijke aard. Heel vervelend, zeg. En anders dan vroeger Gerard Reve, mist hij kennelijk het talent om zulke vragen met ironie te pareren.

Bovendien roept Van der Kwast de vragen naar ditjes en datjes over zichzelf af. Want over de diepere betekenislagen in zijn belangrijkste roman, Mama Tandoori, zijn we snel uitgepraat. Hier en daar grappig, liefdevol over zijn familie, maar plat. Over naar het ongure hic et nunc: strijkt Van der Kwast wel zelf zijn overhemden?

Hij verkiest de vragen die scholieren hem stellen. Die schijnen naar zijn seksleven te durven informeren. Toegegeven: seks is belangrijker dan strijken. Zelf beweert hij in zijn artikel dat het bij hem om twee keer per kwartaal gaat. (Daarmee bedoelt hij niet het overhemden strijken.)

Eigenaardig is dan, dat de sexarme-zone waarin de auteur zich kennelijk bevindt, precies raakt aan het onuitgesproken verwijt dat hij zijn leespubliek (vrouwen van vijftig-plus) maakt.

Onze dierlijke instincten vertellen ons dat we dieren zijn, nietwaar. Daarin is een mogelijke verklaring te vinden voor de vrouwenhaat van Van der Kwast en Co. Omdat vrouwen van boven de veertig geen kinderen meer kunnen krijgen, vormen ze evolutionair gesproken een eindpunt. En eindpunten zijn meestal niet veelbelovend. Neuken met hen is zinloos, tenzij het uitsluitend om genot te doen is. Maar om bevrediging alleen kan het Van der Kwast niet gaan, aangezien zelfs de ondoden van zestig jaar en ouder genot beleven aan sex.

Hij wil schrijven voor een publiek dat kinderen kan produceren. Daarbij komt nog eens dat vrouwen nauwelijks aanzien genieten in onze maatschappij. En wie wil er nou een schare marginalen als lezer, mensen die bovendien geen kinderen gaan baren?

Z’n eigen grimmige seksleven maakt van Van der Kwast geen loser vindt hij, terecht. Want wat zijn lijf niet aankan, neemt zijn mond over. ‘Je wil de taal laten zegevieren!’ 

Zo popt de spannende vraag op hoe hij dat gaat aanpakken. Hoe krijgt hij de jeugd aan het lezen? Want daar gaat het natuurlijk om: ontlezing. De zombies die zijn werk wel lezen, zijn voor hem immers het afzichtelijkste bewijs dat er voor zijn roman geen toekomst is; dat taal bezig is het onderspit te delven; dat de hele literatuur, met grote en kleine namen naar de verdommenis gaat. Een eindpunt.

Hij antwoordt als een voetballer: ‘Je gaat ervoor zorgen dat ze allemaal een boek van jou gaan lezen.’ En hoe doet hij dat, behalve door af te geven op vrouwen? ‘Herkenning, dat is de sleutel tot de literatuur.’ Aha. Bij Van der Kwast wel. Misschien heeft hij daarin wat jongeren aangaat, gelijk.

Juist daarom geef ik vrouwen van veertig jaar en ouder het advies de roman van Van der Kwast links te laten liggen. Die is niet voor ons bedoeld. Wij herkennen ons daar niet in. Die is voor jongens van zestien jaar en jonger die zich wel herkennen in een ouwe, overbezorgde moeke met een deegroller.

Maar ook: hoeveel invloed heeft die schrijver nou helemaal?. Waarom het draait is natuurlijk de mentaliteit waar hij zich zonder aarzelen, zonder nadenken bij aansluit.  En dat is de mentaliteit van de heersende klasse: de witte heteroman. Zijn achtergrond heeft Van der Kwast kennelijk niets geleerd. 


| mv | Fri, 11 Jan 2019 |



Pagina 1 van 1 pagina's

 
English | Nederlands

Links

Rotterdamse kunstenaars

Chrystl Rijkeboer


Archief

2019
September
July
June
May
April
March
January
2018
December
November
October
September
August
July
2012
March
2009
July
2006
July