Pagina 1 van 1 pagina's
# 29 Geen spoor van marmerAantekeningen bij een monument
Recent een monument bezocht - tot op heden het beste dat ik ken in Nederland, en het merkwaardigste.
Een goed monument ontstaat, denk ik nu, min of meer bij toeval. Een grote, door velen meegemaakte tragedie wordt als vanzelf in marmer herinnerd, dat is begrijpelijk. Daar draait het om iets wat in de annalen moet worden opgenomen. Maar een tragische gebeurtenis die het leven van enkelingen raakt, heeft een ander soort monument nodig; niet kleiner, ieder verhaal telt, maar persoonlijker. De symboliek mag niet te dik zijn, de toeschouwer moet nog adem kunnen halen. De tranen die tijdens de bouw vielen zijn ingeslikt en hebben vorm gekregen.
Iemand heeft zich maanden nauwelijks kunnen verroeren en als teken van leven duizenden stippeltjes gezet op alle voorwerpen in haar omgeving. Het ziet er op het eerste gezicht vrolijk uit zelfs. Niet maniakaal, maar bedrijvig: er is druk doorgestippeld. Het geheel, de plaats van de voorwerpen in de ruimte, is het best te vergelijken met de partituur van een symfonie. Er worden thema’s uitgezet, herhaald, je vraagt je af hoe het één bij het ander moet komen en je ziet een oplossing die alweer het begin is van een volgend raadsel. Je loopt er op je sokken langs en doorheen (schoenen moeten uit, anders wordt de witte vloer vies), langs een bataljon wit geverfde (speelgoed) hagedissen die de zwarte poot van een tafeltje bereiken en er tegenop klimmen. Achter je bewegen tussen vloer en plafond tientallen kubusjes, bestipt als op hol geslagen dobbelstenen. Ze hangen aan rode draadjes. Schoenen, theezakjes, bestek, sleutels, een speelgoedautootje; de daagse voorwerpen uit een recent verleden zijn wit geschilderd en genopt, onbruikbaar geworden en vreemd: kunst.
Ik ken de ruimte waarin het monument is opgebouwd goed. Bij elkaar opgeteld hebben we er misschien wel dertig werkdagen zitten discussiëren, plotten en plannen over het hoe en waarom van ons werk en de wereld. Nu is alles anders. Het is geen woonhuis meer. De trap gaat nog wel naar boven, maar we zullen er geen port meer drinken. Het is een afscheid.
Toen ze de vloerbedekking weghaalde, ontdekte ze oude schilderingen: de contouren van een autobaan, een zelf geschilderd parcours voor de raceautootjes van een kleine jongen. Dezelfde die er niet meer is. Nu volgen de bestippelde gebruiksvoorwerpen deze lijnen en vormen van de autobaan, klusteren samen en gaan er vandoor. Het kippevel komt bij de ladder, waarvan de poten aan de onderkant omwonden zijn met lappen. Wat omhoog gaat, komt naar beneden.
Slechts een enkele kunstenaar slaagt er in van een groot persoonlijk drama kunst te maken terwijl het net gebeurd is. Meestal is er veel tijd (afstand) nodig om het werk dat er op slaat de baas te blijven. Ik ken eigenlijk alleen schrijvers die zoiets is gelukt en daarmee is dit beeldende monument, deze neerslag van bijna driekwart jaar stippelen, wat mij betreft een unicum. Is dat misschien zo omdat ik de maakster ervan goed ken? Tsja, op zo’n vraag kun je geen antwoord geven, behalve dan dat we er sinds jaar en dag aan gewend zijn elkaars werk kritisch te bespreken (ook een unicum).
Voordat het monument in zakken en dozen verdwijnt, wordt het door de maakster ervan gefilmd met een kleine digitale camera. Want dit is een monument dat door z’n opstelling iets beweeglijks heeft en dat door z’n radicaal on-monumentale aanpak niet vergeten kan worden.
Meer over dit monument op zeekomkommer
Pagina 1 van 1 pagina's
