Pagina 1 van 39 pagina's  1 2 3 >  Last »

#226 DE NAIEVE BRUG

image

(Ansichtkaart van een kettingbrug bij Arnhem, J.H. Schaefer’s kunstchromo, Amsterdam, z.j.)

Voor een expositie in IJsland had ik me voorgesteld toe te geven aan een utopie: tekeningen van een brug tussen Noord-Afrika en het continent Europa. Want ik zit hier niet alleen om gezellige plaatjes te schilderen. Op mijn manier doe ik ook aan vooruitzien. Ik denk dan aan het echec van de Maginotlinie, het 700 kilometer lange fortificatiesysteem waarmee de Fransen destijds de Duitsers wilden tegenhouden. Grenzen zijn een illusie. Men loopt eromheen. Dus waarom niet …

Maar nog vóór ik een potlood op een landkaart gezet had, kwamen de eerste reacties. 
‘En hoe denk jij dan dat we al die terroristen gaan tegenhouden, hè?’ ‘Met die naïeve brug van jou?’ ‘Wil jij dat je dochter later een boerka moet dragen?’ ‘Dan komen ook alle gelukzoekers naar het continent, hoe gaan we dat betalen?’ ‘Er is al niet genoeg werk voor de mensen van hier.’
Als ‘trappengeest’ bedenk ik nu pas een antwoord.

Als er een gezamenlijke vijand nodig is om, bijvoorbeeld, feestgangers eendrachtig te stemmen, dan moet je mij vragen.
‘Aha, Vierstra, kom d’r in. We hadden het net over die naïeve brug van jou.’

Dan kom ik, om het feest eendrachtig te maken, met een zelfgeknutselde brug op de proppen, en zeg: ‘Naïef is een bijvoeglijk naamwoord. Het is geen feitelijk argument’.
‘Ja,’ zeggen de feestgangers dan, ‘maar we moeten doen wat we kunnen. Om elk land een Hongaars hek.’
      ‘Ook bij alle kusten? Men klaagt hier al, als er windmolens voor het uitzicht staan.’
‘Maar straks komen ze allemaal! Over die naïeve brug van jou.’

Dus als je een feest geeft dat saai dreigt te worden, en waar de mensen wegens verregaande individualisering geen gemeenschappelijk doel meer hebben, moet je mij vragen. Ik breng heus niet alleen die naïeve brug mee.
Stel bijvoorbeeld, dat de vluchtelingen die nu komen, een voorhoede zijn van een volksverhuizing die op gang komt, als straks, door de klimaatverandering, de droogtegebieden in het midden van Afrika zich uitbreiden. Wat dan? Zet de hapjes en de drankjes alvast klaar, ik hou van Belgisch bier en garnalenkroketten.

 


| mv | Tue, 14 Mar 2017 |



#225 WALDEN REVISITED

image
(Portret van W. tussen de acanthusbladeren in m’n tuin, acryl op papier. Ik maakte het in 2008, naar een mooie foto van Edwin Roelofs.)

Bij het zien van de film Captain Fantastic (2016), speelt het oude verlangen op naar een bestaan ‘far from the madding crowd’. Naar een autarkisch leven, Kleine Huizen op Prairies, naar mijn vroegere held Henry Thoreau (1817-1862) die zich walgend en principieel een dikke twee jaar had teruggetrokken uit de consumptiemaatschappij. Dat deed hij in een hut in een Noord-Amerikaans woud.
Thoureau, afkomstig uit een familie van potlodenmakers, schreef een geweldig boek over zijn bestaan in die hut: Walden, or a Life in the Woods.

Dat hij lang niet zo geïsoleerd leefde als hij deed voorkomen, viel me vroeger niet op. Evenmin bedacht ik toen dat hij zich weliswaar walgend had afgekeerd, maar dat hij niet zo ver was gegaan dat hij dit ongezien wilde ondernemen. Iedereen weet, door dat boek, van zijn walging. En de weg naar de hut van de would be- heremiet, was destijds menigeen bekend: Thoreau ontving er veel bezoek.
Wat me aantrok in Thorerau’s besluit tot afkeer van de maatschappij, wordt het beste verwoord door popmuzikant Eddie Vedder. Hij maakte de muziek bij de film Into the Wild. Ook die film gaat over iemand die het gehad heeft met de hebzuchtige samenleving. Het is een lied dat me diep raakt, net als de film en de gedachte dat je heldhaftig en stoer in je eenzaamheid, leeft van bessen plukken in een omgeving die te mooi is om waar te zijn. Ik begrijp iedere jongere die denkt ‘ik moet jullie niet, ik vertrek naar Alaska’.

Het probleem van zo’n vertrek, in Europa althans, is: waarnaartoe? Onherbergzame wouden, ongerepte kusten, waar vind je die hier? En ook al zei destijds Guus L. tegen mij: ‘Jij moet maar in een hut op de hei gaan wonen,’ (zelf dacht ik meer aan een locatie bij zee), ook in zo’n hut op de hei, kom je in Nederland aanhoudend consumenten tegen. Juist het volk waar je je walgend van wilt afkeren, wandelt dan langs je hut, nietwaar?

Een oplossing meende ik gevonden te hebben in wonen op een schraal begroeid, dun bevolkt Grieks eilandje: Alonissos, een van de Noordelijke Sporaden. Ik had er een keer gekampeerd en dat was goed bevallen. Omdat ik, net als Thoreau, houd van een beetje gezelschap, wist ik enkele mensen te ronselen die met me mee wilden. We schreven een brief aan de eilandburgemeester, ( het was nog in de tijd van papieren post) en die vond het een goed plan. Omdat op genoemd eiland de lokale bevolking moeite had met zichzelf in leven te houden, had ik al wel bedacht dat we daar niet van de natuur konden leven, in de zin van: bessen plukken en wilde planten eten. Van visserij hadden we geen benul, en het zag er niet naar uit dat we ons binnen korte tijd konden omscholen tot afgeharde zeelieden die netten gingen boeten en dergelijke. Vanzelfsprekend hadden we ook geen geld voor een vissersboot. We moesten het doen met wat we wel konden.

Helaas waren dat geen dingen waaraan zo’n eiland dringend behoefte heeft: ik kon heel aardig vertellen over het neoplatonisme in de tweede helft van de achttiende eeuw, bijvoorbeeld. Een ander kon goed stukjes schrijven over stadsvernieuwing en had kennis van zeer oud-Grieks (een opstapje naar hedendaags Grieks, dacht ik), en een volgende kon goed fotograferen.

Op gezette tijden popt die walging van de consumptiemaatschappij weer op. Het echte probleem daarbij is natuurlijk dat ik de principes ontbeer die me moeten stalen in mijn afkeer. Ik ben te slap. Ik kan niet tegen afzien. Er schuilt geen hertendoder in mij, zoals in de film Captain Fantastic. Ik ben een would be-walger: een mooiweerkampeerder. Ik zou zelfs niet in een afgelegen dorp in Noord-Groningen kunnen wonen – stap één, zou je toch denken, naar een leven buiten de consumptiemaatschappij. Zodra het begint te guren en de regen over de graslanden zwiept, zou ik mijn boerenkoolaanplant in de steek laten en naar de eerste de beste stad vluchten.

Tegen mijn vroegere, romantisch-autarkistische persoonlijkheid, kan ik als geruststelling alleen dit zeggen: ik eet nauwelijks vlees, ik kan van weinig geld rondkomen, de zooi die de Aldi et al verkoopt, roept geen enkele begeerte bij me op, en ik doe (bijna) alles met de fiets.


| mv | Fri, 10 Mar 2017 |



#224 IMPROVISATIEKUNSTENAAR

image


Het debat over ‘nationale identiteit’  laat me niet koud. Integendeel. Ik improviseer elke dag een nieuwe identiteit als het moet. Hoewel natuurlijk iedereen tot aan z’n dood moet improviseren, durf ik te beweren dat ik met kop en schouders boven jullie uitsteek als het op improviseren aankomt. Misschien moet ik me eerder ‘improvisatrice’ noemen dan kunstenaar.
Niet voor niets zegt een vriendin als Nicôle over mijn keuken: ‘Het lijkt hier wel een camping’.

Op gewiekste wijze weet ik spullen te gebruiken voor iets anders dan waarvoor ze oorspronkelijk ontworpen zijn. De enige die mij, lokaal, wellicht naar de kroon steekt, is Trubus. Die heeft in z’n achtertuin een jaloersmakend kot opgericht van gevonden hout. Maar de echte improvisator is meestal een vrouw van middelbare leeftijd. Wij kunnen een gevoel voor het absurde (want tragische) in het leven, combineren met het praktische. Waar mannen blijven zoeken naar definitieve oplossingen, weten wij al lang dat die er niet zijn.

Vinden, oprapen, hergebruiken. Monter accepteren van kieren en gaten. Geen voorwerp neem ik serieus. (Behalve de verdovingsnaald van de tandarts.) En wat is ‘nationale identiteit’ anders dan een complex kunstwerk van samengeraapte identiteiten die elkaar niet serieus nemen? De kwestie is deze: je moet het zien.
Niet denken: oh, vroeger was die lamp zo mooi, en nu istie aan het vergaan. Nee. In elk kaduuk centrale verwarmingselement schuilt een tafeltje. En in iedere autochtoon een migrant. Alles is tijdelijk. En nationale identiteit het tijdelijkste van alles.


| mv | Fri, 03 Mar 2017 |



#223 VERSTUUR NOOIT DE HELE PERSOON!

image

Op onze tv desintegreren de lichamen van nieuwslezers tot kleine vierkanten. Vooral Twan Huys heeft die neiging, terwijl de gezichten van correspondenten in Brussel en in Moskou goed bij elkaar blijven. Soms lijkt het of dat iets te maken heeft met de kwaliteit van hun werk. Waar Twan een samenraapsel van toevallige pixels wordt als hij een politicus interviewt, blijft Arjen Noorlander goed zichtbaar aaneen. Houd het scherp Twan!
Maar natuurlijk is het de scartkabel, of de stekkeringang, of ‘iets bij Ziggo’ dat we telkens het woord ‘signaalverlies’ op het scherm krijgen.
Mijn zeventienjarige dochter lacht me uit om mijn ‘signaalverlies’.  Haar smartphone bijvoorbeeld, wéét welke route ze elke dag fietst.
‘Hoe weet die telefoon nou, waar jij je bevindt?’

Daar heeft ze geen antwoord op. En dat zo’n bloedhond in je broekzak onsmakelijk kan zijn, moet ik haar uitleggen; van privacy heeft de swipe-generatie geen kaas gegeten. Wel heeft ze door dat je jezelf nooit virtueel moet blootgeven. Zij gebruikt instagram en snapchat, hoewel ik er zelf niets van geloof dat ‘zij van snapchat’ na enkele seconden het verstuurde beeld uit de cloud werpen ( of waar het beeld dan ook is). Ik verdenk ze ervan dat ze ergens een archief houden.
Daarom zeg ik m’n dochter: ‘Verstuur nooit de hele persoon! En nooit foto’s van etentjes met je echte vrienden, of van de dingen die er voor jou werkelijk toe doen. Die moet je niet openbaar maken, dan kan iedereen zich ertegenaan bemoeien. En dan heb je geen reserves voor als het gaat guren.’
Dat laatste is een lastig concept voor degenen die juist troost zoeken bij een scherm of in het virtuele.
‘Maar jij hebt last van signaalverlies,’ zegt zij. 
    Ja, denk ik. Dat is waar. Zo begint het natuurlijk, het einde.

(Als remedie gauw even op youtube Beirut luisteren, Elephant Gun. Die vent die met die trompet in zee! Filmpje kan ik hier niet plaatsen wegens walgelijke reclame voordat Beirut zelf begint. Dan sluipt de commercie ook op dit weblog naar binnen.)


| mv | Tue, 28 Feb 2017 |



#222 HET SOKKENORGEL

image


Omdat hij denkt aan ongelukken, onverwachte ziekenhuisopnames, en de conclusie aldaar, weigert hij zijn teennagels te lakken.
‘Kom op, zeg ik,’ kies een kleur. ‘Het beste bewijs dat nagellak helpt tegen kalknagels, ben ik. Ik heb ze niet. En ze gaan heus niet zomaar de verkeerde operatie uitvoeren. Voor een geslachtsverandering moet je geloof ik vaker “ja ik wil,” zeggen, dan voor een vlot levenseinde.’
Een volgende remedie tegen kalknagels komt van W.: sokken apart wassen.
Alhier hebben we veel enkele exemplaren die ik aan een ding hang waarvan ik niet precies weet waarvoor het bedoeld is. Ik heb het ding gekocht bij een kringloopwinkel en nu bevindt dit sokkenorgel zich in mijn werkkamer.
De sokken die we ervan verdenken dat ze kalknagelschimmels doorgeven, hangen nu ook aan het sokkenorgel. Ze zien er schuldbewust uit: slurf naar beneden, ‘wij konden het ook niet helpen’.  Zodra je ze ervan beschuldigt dat ze de dragers zijn van het kwaad, gaan ze zich daarnaar gedragen. Deemoedig, een vleugje opstand bij de kronkel van de tenen, omdat zij er toevallig uitgepikt zijn, terwijl het even goed andere geweest konden zijn. Moet ik mijn oordeel opschorten?
Het is opmerkelijk zo snel als voorwerpen vermenselijken.

 


| mv | Tue, 21 Feb 2017 |



Pagina 1 van 39 pagina's  1 2 3 >  Last »

 
English | Nederlands

Links

Chrystl Rijkeboer

Rotterdamse kunstenaars


Archief

2017
March
February
2016
June
May
2015
March
February
January
2014
December
November
July
June
May
March
February
2013
October
June
2012
November
October
September
August
July
June
May
April
March
February
January
2011
December
November
September
August
2010
December
November
September
August
July
June
May
April
January
2009
December
September
July
May
March
February
January
2008
October
September
July
June
May
April
March
February
January
2007
December
November
October
September
July
June
May
April
March
February
January
2006
November
October
September
August
July
June
May
April
March
2005
October
May
March
February
2004
October
September
August
July
June
May